GELOOF en LEVEN
1ste ZONDAG VAN DE ADVENT Jaar B
EERSTE LEZING Jes., 63, 76b-
Van bij het begin van het liturgisch jaar, van bij het begin van de Adventstijd worden wij opgeroepen om waakzaam te zijn. “Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt… Laat Hij u niet slapend vinden. Wees waakzaam.” Heel ons leven worden wij door Gods woord opgeroepen om waakzaam te zijn. We zijn immers geroepen, zoals Gods woord ons vorige zondag leerde, om voor eeuwig te leven voor Gods aangezicht. Christenen zijn wakkere mensen, zij leven, bewust van Gods liefdevolle aandacht, die ons uitnodigt om te leven met Hem voor ogen. Wij willen niet leven zonder God, we willen niet leen alsof God niet bestond. Reeds de lezing uit het Oude Testament leerde ons: “Gij komt hen tegemoet die met vreugde gerechtigheid beoefenen, die bij al wat ze doen aan U denken!” Dat is waakzaam zijn, in alles trachten Gods wil te doen: bij ons werk, in onze omgang met onze medemensen, in al onze ontmoetingen. Gods verlangen doen, want wij weten dat Hij het goed met ons voorheeft, en niets anders wil dan ons geluk, hier en voor eeuwig. Jezus laatste woorden van het evangelie van vandaag luidde: “En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam!” (Ben Van Vossel 2023)
2de ZONDAG VAN DE ADVENT
Bereidt de weg van de Heer
EERSTE LEZING Jes., 40, 1-
Johannes de Doper predikte een doopsel van bekering tot vergeving van de zonden. Ook wij worden opgeroepen tot bekering, tot ommekeer van leven. Om niet enkel te leven met de zorgen van elke dag, maar ook met het oog op God gericht en voor de dienst Hij ons heeft opgedragen. Zo bereiden wij de komst van de Heer voor, de komst van zijn Rijk in ons hart en in ons midden, zijn komst in onze wereld. Terwijl wij blijven uitzien naar zijn wederkomst waarop alles zal voltooid worden in ons en in onze wereld van waanzin, van oorlog en onderdrukking. “Baan voor de Heer een weg in de steppe”, begin ermee in je eigen leven en in je omgang met anderen. Laten we uitzien naar Jezus, die ons wil onderdompelen in de heilige Geest, opdat wij kunnen leven zoals Hij en we dat stukje wereld dat het onze is kunnen maken naar de droom van God. Petrus moedigt ons aan om uit te munten door een heilig leven en innige vroomheid, de komst verwachtend en verhaastend van de dag van God waarop alles zal worden herschapen. (Ben Van Vossel 2023)
3de ZONDAG VAN DE ADVENT
EERSTE LEZING Jes., 61, 1-
God laat ons niet in de steek. Hij zendt zijn Geest die over de profeten komt om hen dan te zenden tot mensen in nood, mensen in duisternis. Zo kwam de Geest over Jezus, de Messias, om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, het Goede Nieuws dat God van hen houdt en hen tot het geluk roept. Zo roept Johannes de Doper ook ons vandaag op: Maakt de weg recht voor de Heer! Verlaat de kronkelwegen, laat God de baas zijn over je leven, heb geen twee aangezichten: een dat gericht is naar de zelfzucht en een dat gericht is naar God en naar wat God verlangt. Paulus zegt ons vandaag: Weest altijd blij. Bidt zonder ophouden Blijf in contact met God. Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus. Zo worden wij vrije mensen, die de kracht van God zullen ervaren in hun leven. Wij gaan onszelf niet houden voor de Messias of voor een groot profeet; Wij zijn enkel maar getuigen van God die ons zendt om ook in deze tijd iets van zijn menslievendheid uit te stralen. Daartoe heeft Jezus zijn vrienden gezonden om zijn zending voort te zetten zodat veel mensen een genadejaar van de Heer mogen ervaren. (Ben Van Vossel 2023)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
4de ZONDAG VAN DE ADVENT
Het Blijde Nieuws van Jezus’koningschap
EERSTE LEZING 2 Sam., 7, 1-
In de lezing uit het boek Samuel vernemen we de belofte aan David dat zijn koninklijk nageslacht zal duren voor altijd. Die belofte wordt werkelijk in Jezus, nakomeling van David. Maar we mogen ons niet laten misleiden, zoals velen in Jezus’ tijd zich hebben vergist. Inderdaad, zij verwachtten een Messias die zou regeren als een succesrijke koning, een die hen zou verlossen van de onderwerping door Rome. En dan is daar Jezus. Een eenvoudig mens, zoon van een timmerman, met rond zich wat eenvoudige vissers. Een Messias die daarna verworpen wordt door de Joodse verantwoordelijken en zelfs als een misdadiger aan een kruis zal sterven. En toch is Hij de Messias, de verlosser.. En toch is Hij koning in eeuwigheid. Maar ook wij moeten kijken met de ogen van het geloof. Met de ogen van het geloof kijken naar een kind dat ons wordt beloofd, zoals het beloofd werd aan Maria, een eenvoudig Joods meisje, dat door God werd uitgekozen om moeder te worden van Gods Zoon. Dat geheim is nu onthuld, schrijft Paulus, door de verkondiging van het Blijde Nieuws, het evangelie over Jezus. Laten ook wij nederig knielen voor het Kind in de kribbe, en erkennen wij Hem als onze Heiland en Heer, die voor ons alle geluk heeft mogelijk gemaakt.
Liturgische teksten uit dde Dagmis: Jesaja 52,7-
Het Woord is vlees geworden, schrijft Johannes, Gods Zoon is mens geworden. God is zichtbaar tussen mensen komen leven. Niet te geloven! Ondenkbaar! En dat geloven wij nochtans.
En omdat wij het geloven, zijn wij op zoek naar Hem. Op zoek naar Hem die ons kwam vrij maken en die vrede wou brengen aan de mensen, die Hij immers zo liefheeft.. Waar bevindt Hij zich? Waar vertoont Hij zich? Waar kan ik Hem ontmoeten, met Hem spreken, mij door Hem laten aanraken om op mijn beurt kind van God te worden, Gods glorie te verkondigen en vrede te brengen op aarde?
Eeuwenlang heeft een volk naar Hem uitgezien. Soms waren ze heel vurig, soms heel lauw. Soms verwachtten ze enkel maar nationale bevrijding, succes in de oorlog; andere keren – maar dat was dan vaak maar een ‘kleine rest’ zagen ze ook uit naar innerlijke vernieuwing en vrede met God en de mensen en zichzelf… En toen kwam Hij… als een klein kind en leefde in een slecht aangeschreven streek, een land van duisternis… Er werd weinig over Hem geschreven of gesproken… Die paar jaar publiek optreden waren al vlug achter de rug. Een klein groepje bleef in Hem geloven, wist Hem nabij en kreeg zulke Bijstand dat ze na verloop van tijd over heel de bekende wereld van Hem getuigden, met hun woord en door hun manier van omgaan met medemensen…
En zo zijn wij ook nu naar Hem op zoek. Wij ontmoeten Hem in de stilte van ons hart, en in de vierende gemeenschap rond het gebroken Brood en de gedeelde Beker, waarvan Hij zei: Dit ben Ik voor jullie. Zijn woorden, doorgegeven door zijn eerste volgelingen kunnen ons vandaag nog bezielen als we ze gelovig lezen en zijn Geest ze levend maakt voor ons…
Maar het blijft ook nog zo dat Hij in ons midden is en wij Hem niet herkennen. In de eenzame mens bijvoorbeeld, in de arme, en verborgen armoede valt weinig op. ‘Ik was ziek en ge zijt Mij komen bezoeken’… Wil ik Hem eigenlijk wel ontmoeten? Vind ik die kribbe wat al te simpel, die zieke of eenzame bejaarde niet zo aantrekkelijk, die baby wat al te schreeuwerig en veeleisend, die dolende jongere of verslaafde junkie wat al te lastig om te benaderen?
Het wordt inderdaad wat lastig. Iets lastigers dan gewoon een lichtje aan te teken bij een klein stalletje van Bethlehem. Ja.
Misschien moet ik toch maar beginnen met te bidden om de Geest die Jezus ons beloofde, die heilige Geest die de Vader ons graag wil geven. “Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.” En dan geloven dat de heilige Geest ons gegeven wordt en … op weg gaan, een kleine stap zetten naar de ontmoeting met de Mensgeworden Zoon van God, daar waar Hij zich openbaart, daar waar Hij zich laat ontmoeten.
Misschien heb je Hem een kleinigheid (?) gegund tijdens de Warmste Week? Of in een gift voor Welzijnszorg? Of ben je Hem gaan bezoeken in een zieke, bejaarde, een eenzame? Of je hebt een kleine hulp geboden, zonder veel pretentie, zonder iets terug te vragen.
Het is nog niet te laat om Kerstmis te vieren. Om eer te brengen aan God en vrede aan de mensen die Hij liefheeft, want waar wij in het spoor van Jezus en bezield door zijn Geest mens worden, daar wordt eer gebracht aan God en daar verwezenlijkt zich de diepe vrede die God zijn mensen toewenst en schenkt. (Ben Van Vossel)
Zondag 31-
Het gezin krijgt het zwaar te verduren vandaag. Niet zozeer door directe aanvallen, wel door de opvallende benadrukking van andere samenlevingsvormen. De seksualiteit wordt verlaagt tot het niveau van goedkope consumptie; zelfs in een soap zoals ‘Thuis’ wordt dat in de kijker gezet en in feite gepropageerd. Ook echtscheiding en abortus komen het rijtje vervolmaken. Het klassieke gezin komt weinig in beeld en wordt dan ook weinig ondersteund en bemoedigd. Nochtans is daar wel nood aan, vandaag meer dan ooit. We kunnen immers niet ontkennen dat huwelijk en gezin nood hebben aan sociale ondersteuning. De relatie van man en vrouw en van het gezin zijn niet zo vanzelfsprekend als men wel eens denkt. ‘Liefde is een werkwoord’ hoor je wel eens zeggen, en zo is het ook. Liefde is het begin en het einde, maar liefde houdt maar stand als daarin ook besloten liggen: tijd geven aan elkaar, daadwerkelijke vriendschap, luisterbereidheid, verdraagzaamheid met het eigene van man en vrouw, verdraagzaamheid en aanvaarding van elkaars eigenheid, vergevingsgezindheid, geduld met elkaar, tederheid… Wanneer die waarden gesteund worden door de samenleving, plukken huwelijk en gezind daarvan de vruchten.
Het gezin met kinderen erbij is ook een heel avontuur. Men moet daar wel in groeien. Ook dat vraagt geduld, elkaar vergeven, elkaar steeds nieuwe kansen geven, harde woorden vermijden. Steeds het beste voorhebben met de partner en de kinderen en beseffen dat men zelf ook vaak tekort komt en dat men dat ook wel eens mag uitspreken naar een kind toe. Als christelijk koppel en als christelijk gezin mag men dat samenzijn ook zien als een samenzijn rond Jezus. Een sterk middel om te groeien als kleine christelijke gemeenschap is het gebed. Men moet daar een goede vorm voor zoeken, een paar woorden uit het evangelie, een christelijk luisterliedje of gospelsong afspelen. Men moet en dat niet opdringen aan tieners en jongeren maar wel voorstellen als een eenvoudig middel om samen te zijn en samen te bouwen aan een mooie gemeenschap, die mee bouwt aan een betere maatschappij. (Ben Van Vossel 2023)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
ZONDAG 6 DOOR HET JAAR B
11 februari 2024
Het is de laatste zondag voor de Vastentijd. En eigenlijk zou hij in de vasten niet misstaan. Het Oude Testament én het evangelie hebben het over melaatsheid. Op zich al een vreselijke ziekte waarbij het lichaam helemaal misvormd wordt. Bovendien was het vroeger ongeneeslijk en werd men buitengesloten uit de gemeenschap omdat men vreesde voor besmetting.
In het evangelie zien we zo’n verdrietige en gemarginaliseerde man bij Jezus komen. Droefheid en je uitgesloten voelen kan ook wel eens ons deel zijn. We mogen dan ook bij Jezus komen. Let eens op de reactie van Jezus. “Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit, raakte hem aan en sprak tot hem: “Ik wil, word rein." Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.” Zo simpel is het. Je zegt dan natuurlijk: “die man had geluk, maar nu gebeurt zoiets niet meer.”
Heb je het al geprobeerd? Wanneer je bedroefd bent, wanneer zorgen je drukken. Ga je dan ook naar Jezus? Met heel je hart, met heel je geloof en vertrouwen? Luister hoe het evangelie zegt: “In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus die op zijn knieën viel en Hem smeekte: “Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen." Heel zijn ellendige toestand spreekt uit die enkele woorden en dat enkel gebaar van op de knieën voor Jezus neervallen: “Als Gij wilt, kunt Gij me reinigen.” Geef me weer een menswaardig leven!
Met al onze ellende, ook met onze zwakheden en zonden kunnen wij naar Jezus komen en met aandrang vragen: “Heer, als Gij wilt kunt Gij mij helpen, kunt Gij me reinigen en voorthelpen!”
Nederigheid én geloof in Gods liefde zijn de voorwaarde om echt geholpen te worden. En ook nog dit: we moeten dan willen zien hoe we echt geholpen worden; soms verwijst de Heer ons naar heel natuurlijke hulpmiddelen; we moeten niet direct denken aan miraculeuze tussenkomsten zoals in het evangelie. Dat vraagt eenvoud en het vertrouwen dat de Heer ons, op welke manier dan ook wil voorthelpen. Soms geeft Hij ons gewoon innerlijke moed, sterkte op een kruis te dragen, vergeving schenken en misschien ook om vergeving vragen aan mensen met wie we problemen hebben. (Ben Van Vossel 2024)
1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Gen., 9, 8-
Paus Franciscus beschrijft in zijn Boodschap voor de Veertigdagentijd de Vasten als een gelegenheid tot grotere vrijheid. Wij worden soms klein gehouden door ons egoïsme, door de consumptiegeest die ons omringt, door allerlei media en politieke kanalen die ons eigen denken en overtuiging aan banden willen leggen. De paus haalt opnieuw de evangelische waarden naar voor die de vastentijd moeten begeleiden: gebed, vasten, naastenliefde.
Om die waarden te activeren moeten wij even stilhouden, even pauzeren. Anders komen we niet tot echt gebed of tot het openkomen voor God woord in de schrift en in de stilte van ons hart. Even stilhouden, wat tijd vrijmaken om ons te bezinnen over de weg die we aan het gaan zijn: een weg soms van overdreven gehechtheid aan materiële zaken of genotsartikelen. Even pauzeren om ons meer bewust te worden van de nood van medemensen, mensen die ons omringen, de nood van de armen en verdrukten in de wereld. Die tijd om even stil te houden, die momenten waarop we ons kunnen bezinnen over ons leven en over wat echt waarde heeft, zal ons helpen om een meer vrije mens te worden. Dat is dan de vrucht van deze veertigdagentijd, een tijd van genade waarin we ns meer verantwoordelijk gaan voelen voor de weg die de mensheid gaat, de weg die wijzelf gaan. Stel je open voor die tocht naar meer vrijheid, naar Jezus voorbeeld die nadat Hij de verleiding heeft weerstaan in staat is om het Blijde Nieuws te verkondigen: dat we als Gods kinderen geroepen zijn tot vrijheid. In deze vastentijd en speciaal in deze Eucharistie komt Hij ieder van ons tegemoet om ons te doen delen in de vrijheid die Hij door zijn leven, sterven en verrijzen voor ons heeft mogelijk gemaakt. (Ben Van Vossel 2024).
2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Gen., 22. 1-
De lezingen gaan vandaag over het lot van de enige zoon. Isaak moet aan God geofferd worden (de lezing uit het O.T. maakt trouwens duidelijk dat God geen mensenoffers wil). Ook Jezus, de enige Zoon van God zal doorheen de dood gered worden; Lucas zegt in zijn evangelie dat Mozes en Elia spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. De verheerlijking op de berg is dan een voorafbeelding van Jezus verrijzenis: de geliefde Zoon naar wie we moeten luisteren. Hij heeft immers het welbehagen van de Vader omdat Hij in alles het verlangen van God volbrengt. We gaan dat vieren in de Goede week, maar nu reeds wordt ons een hart onder de riem gebracht zodat we nooit wanhopen, niet versagen of ongelovig worden wanneer we zoveel duisternis zien in de wereld, in de Kerk en ook in onszelf. Vandaag zien we op naar de heerlijkheid van Jezus en dat moet ons sterken om te volharden. In deze Eucharistie mogen wij de Heer ontmoeten die ons zal sterken om verder de weg van de zelfverloochening te gaan in deze vastentijd en om elke dag ons kruis op te nemen. Jezus’ levensoffer dat we hier vieren geeft ons de overwinning op zonde en dood, wanneer wij ons vastberaden aan Hem toevertrouwen. Paulus zegt het ons duidelijk in zijn Romeinenbrief: “Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en gezeten aan Gods rechterhand, bepleit onze zaak.” (Ben Van Vossel 2024)
3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Ex., 20, 1-
Het moet voor de eerste christenen niet eenvoudig geweest zijn om hun volksgenoten tot geloof in Jezus te brengen. Jezus mocht dan een groot profeet geweest zijn, die velen had genezen, maar zijn einde was echt niet om er groot op te gaan. Verworpen door de leiders van het volk, overgeleverd aan de Romeinen en een slavendood aan het Kruis. Hoe kon je zo iemand aanvaarden als Messias en redder van het volk? Toch hebben de apostelen en hun medegelovigen Jezus verkondigd als de door God gezonden Messias. Sterker nog, ze staken zijn vernederende dood niet onder stoelen of banken. Juist het lijdensverhaal was een van de eerste geschreven teksten over Jezus.
Je zou denken, daar pak je toch niet mee uit, met zo’n grandioze mislukking. Maar, was het wel een mislukking? Vandaag horen we Paulus met overtuiging verkondigen: Joden eisen wonderen, Grieken wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, die Gods kracht is en Gods wijsheid. Door de totale overgave van Jezus heeft Hij de overwinning behaald op zonde en dood en redding gebracht voor de mensheid. Mozes had reeds een weg gewezen: de tien woorden die Gods verlangen uittekenden. Jezus zal de wet en de profeten samenvatten in twee woorden: “'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.” De echte godsverering was het zielsverlangen van Jezus. De tempelreiniging drukt dat wel uit. Maar belangrijker dan dat opvallend voorval is Jezus zinspeling op zijn dood en verrijzenis: “Breek deze tempel af – Hij bedoelt zijn lichaam – en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Zo krijgen wij in deze weken vóór Pasen reeds de kern van ons geloof voorgesteld. De weg die Jezus gaat doorheen miskenning, doorheen lijden en dood, naar het licht van de verrijzenis end e redding van ons allen. Laten wij dus moedig en edelmoedig deze veertigdagentijd verder doormaken in het vertrouwen dat God onze zelfverloochening, onze inzet voor God en onze medemensen zal opnemen samen met het levensoffer van Jezus. (Ben Van Vossel 2024)
4de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING 2 Kron., 36, 14-
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben / EVANGELIE Joh., 3, 14-
In onze tijd zijn heel wat bevolkingsgroepen onderweg, soms omdat ze vervolgd worden, soms op zoek naar een veiliger plek of op zoek naar betere levensomstandigheden. Het betekent dan een grote vreugde wanneer een goede oplossing gevonden wordt en men weer in vrijheid, veiligheid en voldoende welvaart kan leven. Zo kunnen wij de blijdschap van het oude Godsvolk begrijpen toen ze naar hun land konden terugkeren. Wij allen zijn ook onderweg, onderweg naar huis, op weg naar de thuis en de geborgenheid van Gods liefde. Het is blij nieuws wanneer we vandaag in het Johannesevangelie horen zeggen dat God ook aan ons heeft gedacht: God heeft de mensheid niet in de steek gelaten van de Godverlorenheid, met barmhartige liefde is Hij ons tegemoet gekomen. In deze vastentijd mogen wij met vertrouwen naar zijn liefde uitzien, want “God die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad ons met Christus ten leven gewekt, hoewel wij dood waren door onze zonden,” schrijft Paulus. En Johannes leert ons: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben.” Wij mogen niet van onszelf denken dat God ons in de steek heeft gelaten, want, zo hoorden wij in het evangelie, “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.” In de zekerheid dat God zijn liefde trouw blijft willen wij ons hart tot Hem keren in de vastentijd en ons wat losweken van zoveel overtolligs of zondigs, ons toeleggen op goedheid en zachtheid, wat tijd maken om met God te spreken en Hem te danken voor zijn trouwe liefde. Wanneer wij wat bewuster gaan leven gaan we inderdaad zien dat God sons met zijn weldaden omgeeft en leidt doorheen ons dagelijks leven en al wat zich voordoet in de wereld. (Ben Van Vossel 2024)
5de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Jer., 31, 31-
We naderen stilaan Pasen: het feest van de doortocht, de doorgang van dood naar nieuw leven, de doorgang van de duisternis naar het licht. Jezus zegt in het evangelie dat nu het uur gekomen, het uur van zijn verheffing. Het is het uur dat Hij gaat omhoog geheven worden op het kruis, maar tegelijk het uur waarop zijn leven vrucht gaat dragen. Hij gebruikt zelf het beeld van de graankorrel: “Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort.” De weg van de graankorrel loopt door het lijden en de dood naar de rijke oogst. Een pijnlijke weg waar je als mens niet voor wilt kiezen. Je kan wel kiezen om de weg te gaan die zich voor jou aftekent wanneer je je leven aan God toevertrouwt. En dat kan wel een pijnlijke weg zijn, inderdaad, maar op die weg laat God je niet alleen. Wanneer je kiest om zijn verlangen te doen, laat Hij jou niet in de steek, ook niet wanneer alles lijkt tegen te gaan. De Heer wil jou leiden, zijn verlangen toont Hij in jouw hart. Het is een weg naar het echte heil. Laten wij edelmoedig de weg gaan die Jezus ons gewezen heeft. Sedert zijn totale gave en zijn overwinning op zonde en dood, wil Hij allen tot zich trekken. Heer Jezus, trek allen tot U. (Ben Van Vossel 2024)
Palm-
EERSTE LEZING Jes., 50, 4-
We beginnen vandaag de Goede of Heilige Week. We verwelkomen Jezus als Messias, de door God gezonden redder van de mensen. We verwelkomen Hem, samen met de mensen van toentertijd. Maar wij zijn er ons van bewust dat weinige dagen later Hij door de mensen van Jeruzalem in de steek werd gelaten in de handen van zijn vijanden en Hij als een misdadiger aan het kruis zou eindigen. De profeet Jesaja had het lot van de lijdende dienaar als beschreven en de brief aan de christenen van Filippi beschrijft ons Jezus’ gehoorzaamheid tot de dood aan een kruis, maar ook zijn verheffing door God. En tenslotte horen we vandaag het Lijdensverhaal door Marcus. Het doet ons met bewondering en dankbaarheid naar Jezus kijken, maar daar doorheen kijken wij ook naar het lijden van zovelen in deze wereld: in Gaza, in Oekraïne, de vluchtelingen op zoveel gevaarlijke wegen overgeleverd aan mensensmokkelaars en op zoek naar een beter leven. Jezus was ook op zoek naar een beter leven, een beter leven voor de mensen, een beter leven voor ons. Een leven in vriendschap met God en in respect voor elkaar en aandacht voor de armen en kleinen. Daartoe moest er iets genezen worden in het hart van de mensen. En dat was de prijs die Jezus wilde betalen door zijn gegevenheid tot in de dood: dat de mens bevrijd zou worden, dat de mens weer in de liefde van God zou geborgen zijn, dat de mens weer als vrij mens zou kunnen leven, in vriendschap met zichzelf, met de anderen en met God.
Het heeft Hem zijn leven gekost. Maar door Hem kunnen wij, wanneer wij ons tot Hem keren, leven als vrije mensen, om het even welke onze levenssituatie ook is. Laten wij vandaag dan dankbaar opzien naar Jezus die vastberaden zijn levensweg gaat voltooien voor ons heil; laten ook wij met vertrouwen onze weg door het leven gaan, gesterkt door het levensoffer van Jezus.
WITTE DONDERDAG … 2024
Vandaag is er geen tegenhouden meer aan. Het uur is aangebroken. Alles zal zich nu snel afspelen. Het begint met een feest. Een gedachtenisfeest van de redding uit het slavenhuis, Egypte. In uiterste nood heeft het Godsvolk de bijstand ervaren van God, aan wie ze zich hadden toegewijd. Maar tijdens die maaltijd wil Jezus zijn vrienden (van toen en van nu) nog als testament een laatste raad geven. Hij wast de voeten van de ontstelde apostelen: Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, zegt Hij, opdat gij zoudt doen zoals Ik u heb gedaan. Het Meesterwoord is: DIENEN!
En tijdens de maaltijd neemt Jezus brood, breekt het en deelt het rond: dit is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt, blijf dit doen om Mij te gedenken. En op het einde van het Paasmaal neemt Hij de laatste beker en zegt: Dit is de beker van het nieuwe altijddurende verbond, dit is mijn bloed dat voor u en voor allen wordt vergoten. Blijf dit doen om Mij te gedenken. Even later zal Hij dat verbond bezegelen met de totale gave van zichzelf.
Onmiddellijk na de maaltijd brengt zijn keuze voor God Hem in een acute angst, Hij zweet bloed omwille van de nakende mislukking van zijn zending. Hij heeft de mensen niet kunnen brengen tot het radicale vertrouwen op God, de Vader, en tot geloof in Hemzelf als door God gezonden. Hij valt in een valstrik, mee opgezet door een van zijn volgelingen, Hij wordt gevangen genomen en in een schijnproces door het sanhedrin veroordeeld tot de dood. Overgeleverd aan de Romeinen wordt Hij door de niet aflatende haat van zijn vijanden veroordeeld om gekruisigd te worden. Voor de uitvoering van dat vonnis wordt Hij nog stevig gemarteld door de soldaten.
Zijn kruisweg voert Hem op vrijdag naar een kale heuvel, de Schedelplaats, de plaats van de terechtstelling. Hij vertrouwt ons nog toe aan zijn moeder en zijn moeder aan ons. 3 lange uren hangt hij daar aan het kruis gespijkerd. Langer kan zijn gemartelde lichaam niet aan. Hij sterft als een misdadiger, Hij die de onvoorwaardelijke liefde van God kwam verkondigen en voorleven. Dan wordt Hij in een graf gelegd, het graf van een rijke, en de zware steen wordt voor de opening gerold. Het wordt Stille zaterdag, een dag zonder de Heer. We staan er alleen voor, zonder Herder. Zou dat het einde zijn?
Nee, God heeft het laatste woord. Een woord van leven, van opstanding. Een woord van onvoorwaardelijke trouw aan wie zich onvoorwaardelijk aan Hem heeft toevertrouwd. En in Hem zijn ook wij aanvaard door God, aangenomen als zijn kinderen. Dan is het reeds Pasen. Feest van de Opstanding. Gods liefde overwint de dood. Pasen, het grote lentefeest. Nu is het aan ons om als verloste mensen te leven. (Ben Van Vossel 2024)
2de ZONDAG VAN PASEN (BELOKEN PASEN)
EERSTE LEZING Hand., 4, 32-
Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus. Het is rond de opstanding van de Heer Jezus dat zich een nieuw volk verzamelt. En dat geloof zal hen ook brengen tot een nieuwe manier van denken en leven. In de eerste brief van Johannes lezen we: Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is. Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Het geloof in Jezus’ dood en verrijzenis doet ons rekenen met een nieuwe waardenschaal. Niet geld en gewin, niet bezit en succes, niet de achting van de mensen, maar het leven volgens Gods verlangen, het rekening houden met Gods gedacht over het leven en de wereld, dàt wordt onze maatstaf. Misschien verschilt ons leven niet veel van het leven van anderen, maar de gezindheid achter ons doen en laten, maakt dat wij toch wat anders kijken naar de wereld en het leven. En dat hoort zo ook te zijn. Jezus, de verrezen Heer, gaf ons trouwens een opdracht: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” En om die zending aan te kunnen zal Hij ons de heilige Geest zenden. Hij zal ons uitzuiveren maar ons ook de kracht geven om als nieuwe mensen te leven, midden een wereld die anders denkt en andere zaken nastreeft. Ons streven moet zijn om Jezus na te volgen in zijn leven volgens Gods verlangen. De Heer zegt ons: leef niet langer als ongelovigen, maar wees gelovig en leef ook volgens dat geloof. Het is een echte Paasboodschap: midden de wereld leven als nieuwe mensen. Laten wij vandaag beginnen met onze Paasbeloften waar te maken.. (Ben Van Vossel 2024)
3de ZONDAG VAN PASEN
EERSTE LEZING Hand., 3, 13-
We zijn nog volop in de Paastijd, de gedachtenis van Jezus’ overwinning op zonde en dood. De Kerk wil ons nog altijd diep overtuigen van de Verrijzenis van Jezus. Daarom laat zij de Pinkstertoespraak van Petrus horen waar hij zegt: “wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten, dat zijn Messias zou sterven heeft Hij zo in vervulling doen gaan”. Het is als een echo van wat Jezus zelf aan de apostelen verkondigde na zijn verrijzenis: “Alles moet vervuld worden wat over Mij staat in de Wet van Mozes, in de profeten en in de psalmen”.
De heilige Schrift, het woord van God is een van de krachtigste getuigen van Jezus’ Opstanding en dus van onze hoop naar de toekomst. Daarom klonk het zo in de tussenzang: :”Heer, laat uw licht over ons opgaan.” Het was het vertrouwvol gebed van Jezus dat Hij met de psalmen bad “Ziet hoe de Heer zijn getrouwen begunstigt: altijd verhoort Hij mij als ik Hem roep.” Dank zij Jezus sterven en verrijzen zijn wij aanvaard door God als zijn geliefde kinderen: “We hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is, die al onze zonden goedmaakt en niet alleen die van ons maar die van de hele wereld.” Laten we daarom ons geloof in Jezus vernieuwen, activeren, door gehoorzaam te zijn aan Gods Woord en in te treden in het Blijde Nieuws dat in Jezus zijn vervulling heeft gevonden en dat ook in ons voltooid zal worden. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
4de ZONDAG VAN PASEN
De Goede Herder
EERSTE LEZING Hand., 4, 8-
De apostel Petrus verkondigt Jezus als de enige redder; en juist deze redder werd niet erkend door de overheden van Jeruzalem, maar God heeft Hem uit de doden doen opstaan. En in de naam van Jezus hebben Petrus en Johannes een gebrekkige kunnen genezen. Dat moet voor de toehoorders een oproep zijn om te geloven in Jezus, de Redder. De door de verheden afgekeurd steen, is in feite tot hoeksteen geworden die heel het gebouw samenhoudt.
Jezus stelt zich in het evangelie voor als de Goede Herder, die zijn leven geeft voor de schapen. Wij hebben het in de Goede Week gevierd. Hij is niet op de vlucht gegaan, maar heeft de gruwelijke kruisdood ondergaan om de schapen, de hele mensheid te redden uit de duisternis van haar vijandschap met God. Jezus heeft door zijn totale gave de muur afgebroken die ons van God gescheiden hield. En zo kan Johannes in zijn brief schrijven: “hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.” In Jezus zijn wij aanvaard door God, als zijn kinderen. Laten wij dan ook bij Jezus aansluiten, intreden in zijn gezindheid om in vrede met God te leven. Het brengt de vrede in ons leven, maar het is ook de redding van de wereld; wij zijn de ambassadeurs van God in deze wereld. Wij mogen getuigen dat Hij van ieder mens houdt en ieder mens gelukkig wil zien. Daarvan kunnen wij getuigen door ons respect voor ieder mens en door, als het pas geeft, te spreken over de oneindige liefde van God die ons met Jezus alles heeft gegeven. Hij heeft ons niet aan ons lot overgelaten, Hij heeft ons opgehaald uit de diepe put van zonde en dood, en voert ons met Jezus tot het licht en de verrijzenis. Laten wij onze dankbaarheid uitdrukken voor die oneindige liefde en intreden in het voetspoor van Jezus. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
5de ZONDAG VAN PASEN
28/04/2024
EERSTE LEZING Hand., 9, 26-
Vorige zondag zagen wij de figuur van Jezus als de goede Herder, die niet wegliep bij de minste bedreiging, maar die zijn leven veil had voor de redding van zijn kudde. Vandaag gaat ht over de kudde,, over de mensen die door Jezus zijn gered. Zo zien we in de lezing uit de Handelingen van de apostelen hoe Paulus zich, na zijn bekering, onverschrokken optrad in de naam van de Heer. Hij gaat zo hevig te werk dat ook de andere christenen in een slecht daglicht kwamen bij de andersdenkenden. Paulus zal een groot apostelen worden in Klein-
Een andere opdracht voor de mensen van Jezus is de lofprijzing. De tussenzang van vandaag uit psalm 22 wil God prijzen, God danken voor het oog van de godvrezenden; allen die God zoeken prijzen Hem. Laten wij niet ten achter blijven maar God van harte danken en verheerlijken voor alles wat Hij schiep en voor ons deed.
De grote opdracht voor ieder christen wordt door Johannes in zijn eerste brief nog eens voorgehouden: “En dit is Gods gebod: van harte geloven in zijn Zoon Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft.” De dienst van God houdt ook in dat we de mens naast ons niet voorbijzien of hem minachten. Johannes zal het keer op keer herhalen: “De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde.” (1Joh.4,8)
Tot Jezus’ gemeenschap behoren stelt ons dus voor heel wat opdrachten. Daarom is het goed dat we nauw contact houden met Jezus, onze Heer en Heiland. Hij zegt het ons vandaag onomwonden: Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Los van Mij kunt gij niets. Het is voor ons niet mogelijk om echt christen te zijn en als christen te leven en te getuigen als we bijna geen contact hebben met Jezus, in het gebed, in het luisteren naar zijn woord, en in het vieren van de Eucharistie. Laten wij in nauw contact blijven met de goede Herder en ons door Hem laten zenden als zijn getuigen in de wereld van vandaag. (Ben Van Vossel 2024)
6de ZONDAG VAN PASEN
God is liefde
EERSTE LEZING Hand., 10, 25-
De heilige pastoor van Ars zei ooit: ‘Als ge het evangelie zou uitwringen, zou er alleen maar liefde uit komen’. Liefde is de kern van het evangelie. Het is het begin en einde van de Bijbel, met de schepping en de hemelse voltooiing. Vandaag spreken de lezingen over die kern van het evangelie. De beginnende kerk zat met en probleem: moet men de heidenen die in Jezus gaan geloven, verplichten om ook de hele Joodse Wet te onderhouden? God geeft het antwoord door de heilige Geest te zenden over de niet-
HEMELVAART VAN DE HEER
EERSTE LEZING Hand., 1, 1-
.
Het is vandaag de sluiting van de Paastijd. Het Feest van de Hemelvaart, de verheerlijking van Jezus, zijn thuiskomen in de heerlijkheid van God. De apostelen hadden het mysterie van Jezus nog niet goed begrepen, zij dachten nog altijd dat Jezus een aards koninkrijk zou stichten. Jezus stoort er zich niet aan maar zegt hun dat zij binnenkort zullen gedoopt worden met de heilige Geest. Die zal hun alles duidelijk maken en hen de kracht geven om getuigen te zijn in heel het land en voor heel de schepping. De leerlingen zullen wel verwonderd opgekeken hebben. Hoe moet dat nu, zo zonder Jezus? Zijn getuigen over heel de aarde? Spoedig krijgen zij de boodschap dat Jezus hen niet voor altijd verlaten heeft, dat Hij zal terugkeren en dat zijzelf niet werkeloos moeten toekijken, maar aan de slag moeten gaan en getuigen. En zo kan het evangelie van vandaag dan ook eindigen met de woorden : “Maar zij trokken erop uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.”
Zo vieren wij hier ook de verheerlijking van de Heer, Hij heeft zijn verlossingswerk volbracht en is verheerlijkt: de tussenzang na de eerste lezing zingt enthousiast: “God stijgt ten troon onder luid gejuich, de Heer met geschal van bazuinen. Zingt nu voor God, laat klinken uw zang, voor onze koning een loflied!”
Maar zoals de leerlingen van toen, worden ook wij gezonden om getuigen te zijn van Jezus, door onze manier van leven, door onze vriendelijkheid, door de vrede die we uitstralen, de goedheid, zachtmoedigheid, de eerlijkheid, de zelfbeheersing… Okay, dit is veel gevraagd, maar Jezus heeft ons een Helper beloofd, de heilige Geest. Die zal in ons de gezindheid van Jezus bewerken, de vrucht van de heilige Geest. Laten we dus niet kleinmoedig worden noch slapende christenen zijn, maar actieve getuigen van Jezus, de grote Getuige van Gods liefde voor alle mensen. Laten wij biddend uitzien naar de heilige Geest die Jezus beloofde. (Ben van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
PINKSTEREN
19-
EERSTE LEZING Hand., 2, 1-
ALLELUJA Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Alleluja / EVANGELIE Joh., 20, 19-
In de eerste lezing van deze Pinksterdag wordt ons het Pinkstergebeuren verhaald: de komst ven de heilige Geest over de eerste kerkgemeenschap. In de tussenzang wordt ons in het kort gezegd wat Gods Geest doet: “Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.” Waar Gods Geest aanwezig komt, daar komt er nieuw leven. Daar leeft en mens weer op, daar ziet men weer toekomst, daar komt men vrij van verslaving, daar beleeft men weer vrede in het hart, ook onder verdrukking.
Gods Geest doet ook ons christelijk leven herleven. Wij ervaren dat God werkzaam aanwezig is in ons leven, er ontstaat een nauwe relatie met de verrezen Heer Jezus en men groeit uit boven vreugdeloze ruzie en onvruchtbare koppigheid.
Laten wij dan vurig bidden om een vernieuwd komen van Gods Geest. Dat Hij de Kerk vernieuwt, dat Hij onze gemeenschap hier nieuwe vreugde en ijver schenkt, dat Hij ons gezinsleven herschept naar Gods verlangen, dat Hi de kinderen en jonge mensen weer doet beseffen dat zij, dankzij de Geest van Jezus, in het geloof een houvast vinden dat hun leven weer bouwt op Jezus’ woord en voorbeeld. Hij is de Vriend die hen nooit in de steek laat. Gods Geest is ook de bejaarden nabij opdat ze hoopvol de toekomst tegemoet zien ondanks de zwaarte van de ouderdom. Een oude man zei me ooit: ‘het schoonste moet nog komen.’ Dat is die innerlijke vrede en vreugde die Gods Geest in ons wil opwekken.
Danken we de Heer op deze dag waarop we meer dan ooit de Helper verwachten die de Heer Jezus ons beloofd heeft. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
FEEST VAN DE H. DRIEEENHEID
(ZONDAG NA PINKSTEREN)
EERSTE LEZING Deut., 4, 32-
In het tweede wetboek van Mozes verwijst de schrijver naar feiten uit het verleden waarin God zijn macht en heerlijkheid en zijn nabije hulp heeft doen kennen (geopenbaard). Gelovige mensen zijn mensen met een goede opmerkingsgave en een goed geheugen. Immers om God aan het werk te zien in ons leven en in de wereld, moeten wij leven met God voor ogen, dan valt het ons af en toe op hoe God ons nabij was, hoe Hij ons gebed verhoorde, hoe Hij uitzicht gaf in een hopeloze situatie, hoe Hij ons hart gerust stelde… Dat is vaak in ons leven gebeurd, maar meestal herinneren wij het ons niet omdat we geen aandacht schonken aan wat God bewerkte.
Wij moeten leren zien en ons Gods grote daden herinneren zodat we zelf groeien in het geloof en dat we kunnen getuigen naar de kinderen en andere mensen over God en hoe Hij ook nu nog mensen nabij is. “Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.” (tussenzang)
In zijn brief aan de christenen van Rome gaat Paulus nog wat verder. Hij zegt niet enkel dat God ons nabij is maar dat we de geest van Kindschap hebben ontvangen zodat we kinderen zijn van God en zelfs erfgenamen samen met Christus.
Het kan ons heel gelukkig maken wanneer we dat goed beseffen maar het stelt ons ook voor een grote opgave. In het evangelie zegt Jezus ons dat Hem alle macht is gegeven in de hemel en op aarde. En Hij voegt er aan toe: gaat dus en maakt alle volken tot mijn leerlingen en doopt hen In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Wij worden door Jezus gezonden om door ons woord en vooral door ons leven te getuigen van Gods liefde voor ieder mens. Eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest, God die is, die was en die er altijd zal zijn. Hem zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
FEEST VAN HET HEILIG SACRAMENT
2e DONDERDAG/ZONDAG NA PINKSTEREN
Op de avond voor zijn lijden en dood duidt Jezus een zaal aan waar Hij het Paasmaal wil vieren met zijn vrienden. Het is mysterievolle avond. Tijdens dat laatste avondmaal neemt Jezus brood, spreekt de zegenbede uit, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen met de woorden: Neemt, die is mijn lichaam. En helemaal op het einde van dit Paasmaal reikt Hij hun de voorgeschreven laatste beker wijn en zegt: Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Dat mysterievol gebeuren vieren wij ook in dit samenzijn. Tijdens deze viering komt heel dat Paasgebeuren weer onder ons aanwezig met heel zijn diepe inhoud: Het Pasen van Jezus, zijn doortocht door Lijden en kruisdood naar de verrijzenis. In deze ziet God de totale beschikbaarheid van Jezus en zijn solidariteit met de mensheid, met ons allen. En allen worden wij met Jezus aanvaard als Gods kinderen. Het bloed van het Lam reinigt ons van alle opstandigheid tegen God door de zonde, onze hoogmoed, ons gebrek aan vertrouwen, ons gebrek aan echte liefde. Jezus brengt ons door totale gave weer in Gods genadige invloedsfeer. In deze Eucharistische dienst schakelen wij ons in in die stroom van Gods genade voor onszelf en de wereld. Laten wij dan niet op afstand blijven door ons gebrek aan geloof en liefde, maar ons verenigen met Jezus, de goede Herder, die ons het brood van het leven aanreikt. Laten wij zo deze dienst van de dankbaarheid helemaal binnentreden en Jezus navolgen in zijn inzet voor God en de mensheid. (Ben Van Vossel 2024)
10de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Gen., 3, 9-
Als Christen wordt je genodigd om een persoonlijke relatie met Jezus te onderhouden. Die persoonlijke relatie heeft als groot kenmerk hetgeen Jezus
Kenmerkte: het volbrengen van de wil van de Vader is het kenmerk van de echte volgeling van Jezus. Ooit zei Jezus tot zijn vrienden: Mijn voedsel is de wil te doen van wie Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen.
Zo’n levenshouding ligt echt niet voor de hand. Wij leven dikwijls alsof God er niet was. En dat brengt wanorde in ons leven en in de wereld. De Bijbel heeft dat al duidelijk gemaakt in de verhalen van de zondeval en van de zondvloed. Adam en Eva gaan hun eigen weg, weg van God, ongehoorzaam aan God. Gehoor gevend aan hun eigen denken, aan hun eigen verlangens, hun eigen ontwerp. De Bijbel geeft als gevolg: de uitdrijving uit het Paradijs.
Het is kortom de omgekeerde levenshouding van Jezus. Gods verlangen is de weg naar het heil. Het menselijk ontwerp, een ontwerp zonder God, is een weg naar wanorde, naar overheersing en onderwerping, naar ruzie en uitbuiting. Voor die keuze staan wij allen. Jezus gezindheid, Jezus levenskeuze, of de eigen egoïstische keuze, aangepast aan een wereldse levensvisie. Laten wij vandaag de keuze maken om tot Jezus’ familie te behoren en Gods wil te volbrengen in ons leven en samenleven. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
11de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Ez., 17, 22-
de Heer te prijzen / TWEEDE LEZING 2 Kor., 5, 6-
Jezus heeft het vandaag weer over het Rijk Gods. Het is zowat zijn stokpaardje aan het begin van zijn openbaar optreden. Het rijk van God, Bevindt het zich al in u? Of bevindt gij u reeds in het Rijk van God? Het rijk van God, het Rijk waarin God koning is, waar Hij erkend wordt als koning, waar Hij het voor het zeggen mag hebben. Leeft gij al in het Rijk van God, hebt gij hem al gekozen als de Koning van uw leven. Is het aan uw manier van leven al te zien dat God uw koning is? Natuurlijk is het wel zo dat het rijk in ons niet van de ene op de andere dag voldragen is, het heeft soms wat tijd nodig om te groeien. Het valt ook niet altijd op. Maar soms bemerkt je dat je gemakkelijker kiest voor wat God van jou verlangt. Dat gebeurt vaak omdat je in je gebed gevraagd hebt dat God meer plaats zou innemen in jouw leven, of omdat je keuzes gemaakt hebt die niet door jouw zelfzucht, maar door oprechte liefde en goedheid en aandacht voor je medemens geleid waren. Misschien is het rijk Gods in ons nog maar als een klein mosterdzaad, maar het kan groeien. Wanneer wij ons laten leiden door wat Jezus ons leerde en wat zijn apostelen en leerlingen ons hebben doorgegeven in het Woord van God.
En zelfs wanneer wij tot vandaag maar een lauwe christen waren, dan kan God van die dorre ceder een takje nemen en het opnieuw planten zodat het een gezonde boom kan worden, die zelfs een goede invloed heeft op zijn omgeving. Bevindt het rijk van God zich reeds in u? Bevindt gij u reeds in het rijk van God? Natuurlijk, zo schrijft Paulus aan de christenen van Korinte, zolang wij thuis zijn in het lichaam, zijn we nog ver van de Heer. Wij zien Hem nog niet, wij leven in geloof, daarom is onze enige eerzucht, hetzij thuis, hetzij in den vreemde, Hem te behagen, immers ieder ontvangt het loon voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad.
Laten wij ons best doen om te leven met God voor ogen, God zal onze kleine of grote inspanningen opnemen om ze in te passen in zijn groot werk van onze verlossing en heiliging. Zo zal God heersen in ons leven en samenleven. (Ben Van Vossel 2024)
12de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Job, 38, 1. 8-
In de eerste lezing, uit het Boek Job, zegt God dat Hij Meester is over de wilde krachten van de zee en de stormen. Het evangelie toont ons Jezus die de storm op het meer stilt. Die twee lezingen zijn voor ons een uitnodiging om ons vertrouwen op God uit te spreken en te beleven. Als christenen zijn ook wij geroepen om, midden alle omstandigheden van het leven, niet ten onder te gaan in wanhoop, moedeloosheid of angst voor de toekomst. Jezus legt ons vandaag en alle dagen zijn hand op onze schouder en zegt: Wees niet bang, Ik ben er toch. Jezus is voor ons allen gestorven, opdat wij als nieuwe mensen de blik zouden richten op die ene werkelijkheid dat God Heer is over alles en allen. Die zekerheid dragen wij in ons hart, zouden we in ons hart moeten dragen, zodat we niet ten onder gaan in zwarte gedachten of vertwijfeling. Wellicht moeten we wat meer leven met God voor ogen en een tafereel als wat er in het evangelie geschilderd wordt ‘Jezus die de storm stilt’ moet er ons toe aanzetten om als moedige en vredevolle mensen te leven. Deze manier van leven zal een uitnodiging zijn voor anderen om ook vanuit die werkelijkheid te gaan leven. Hoe er het ook kan stormen in ons leven, hoe erg ziekte en beeproeving ons deel kan zijn: we staan er nooit alleen voor; ook in die donkere momenten mogen wij ons bij God geborgen weten. Laten wij ons daarom elke dag toevertrouwen aan die nabije God, die ons, zelfs op het donkerste moment van ons leven, niet in de steek zal laten maar ons zal dragen en oprichten tot het echte leven. (Ben Van Vossel 2024)
13de ZONDAG DOOR HET JAAR
LEEF !
EERSTE LEZING Wijsh., 1, 13-
Als gelovigen noemen wij God ‘de God die leven geeft’, en ‘de levende God’. God is inderdaad de levende, geen dode God van steen of hout, zelf niet van goud zoals het gouden kalf dat de Israëlieten in de woestijn vereerden… Hij is De Levende God. En Hij is ook de God die leven geeft. Hij heeft tot de schepping gezegd ‘Wees er’. En tot de planten en dieren en mensen: ‘Leef!’. Het is een mooie schepping geworden, doorheen alle natuurkrachten heen, doorheen alle geweldige stormen van de hemellichamen in het universum, is de schepping het getuigenis van Hem die haar tot het bestaan heeft geroepen.
Ook tot ons heeft God gezegd ‘Leef’. Zoals tot het kleine meisje van Jaïrus: ‘Richt je op’. De heiige Ireneüs zei het al: De glorie van God is de levende mens. Leef, leef, leef. Richt je op en leef. Ja, dat zegt de Heer ook tot ons, ook tot die vrouw die aan bloedvloeiing leed; “Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”
Vandaag mogen we die woorden van leven, woorden vol toekomst en heil tot ons laten komen. Ook op dagen van tegenslag, in tijden van beproeving, op donkere dagen en wanneer de toekomst een vraagteken is of niets goeds belooft. Ook vandaag is Gods woord het alles overstemmende woord: leef, richt je op, geloof en weest van uw kwaal verlost. Wanneer wij zoals die zieke vrouw met geloof tot Jezus komen, komt er licht, verlichting in ons leven, ervaren we dat wij niet alleen staan in de beproeving. God is de altijd nabije, hij die zich heeft geopenbaard als “Hij die er is.”
Zelfs in de diepste donkerte van ons bestaan, wanneer ons lichaam het leven niet meer dragen kan, blijft God zijn woord van leven tot ons spreken. Onze God is een God van leven. Laten wij dan leven als opgerichte mensen, zelfs wanneer het leven ons naar beneden drukt door allerlei zorgen en beproevingen en onzekerheid. Een zekerheid houdt ons in leven, dat God tot ons blijft zeggen, Leef! Richt je op! Ik ben er. (Ben Van Vossel 2024)
14de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Ez.,2,2-
In de tijd van de profeet Ezechiël leefde het Joodse volk niet volgens het verlangen van God. En tot dat volk wordt de profeet Ezechiël gezonden. Of ze luissteren of niet, zij zullen weten dat er een profeet in hun midden is. Ik het evangelie zien we het gebeuren hoe Jezus in zijn vaderstad komt, Nazaret, en hoewel ze eerst onder de indruk waren van Jezus’ optreden en zijn woorden, halen ze Hem vlug neer van zijn piedestal; ’t is toch maar een gewone jongen uit ons midden, we kennen zijn familieleden. En zij namen er aanstoot aan, zij weigeren aan te nemen dat Hij van God gezonden is om hen de weg naar het koninkrijkaan te geven. Door hun gebrek aan geloof kan Jezus daar ook maar weinig wonderen doen, tenzij een paar genezingen.
God laat ons niet in de steek, aak vandaag niet. Hij zendt mensen tot ons die ons de weg wijzen naar het geluk. Dat kunnen kleine, eenvoudige aanwijzingen zijn. Het kunnen ook heel eenvoudige mensen zijn uit onze buurt, uit onze eigen omgeving. Soms komt het in ons niet op om in hun woorden of gedrag een teken te zien van God, God die ons de weg wijst, God die ons vermaant, God die ons inspireert. Doorheen die eenvoudige, heel gewone mensen, die ik goed ken, van wie ik zelfs de gebreken ken, maar die God gebruikt om ons iets duidelijk te maken.
Laten wij bidden dat we niet hardhorig zijn, dat we de eenvoudige tekenen dei God ons geeft niet voorbijzien, dat we niet nukkig en weerbarstig zijn en Gods woord of aanwijzingen niet willen aanvaarden wanneer die komen langsheen doodgewone mensen. Wanneer wij ons afsluiten voor de tekenen die God ons geeft, zullen wij ook geen wonderen zien, zullen wij niet merken hoe God aan het werk is in ons leven en in de wereld. Openen wij ons voor Gods werken in deze wereld en in ons leven, opdat wij ook getuigen zijn van zijn genezend en heilzaam werk, ook in ons midden. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
15de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Am., 7, 12-
De profeet werd door God gezonden naar het Noordrijk, het volk Israël. Hij wordt daar echter buiten gekeken. Maar hij zal toch zijn zending volbrengen met de koppige volharding van een veehoeder en vijgenkweker, een doorzetter die zich echt gezonden weet door God, al heeft hij have en goed achtergelaten om zijn werk van profeet te kunnen uitoefenen. In het evangelie zendt Jezus zijn apostelen uit m de mensen op te roepen tot bekering. Zij moeten daarvoor geen beroep doen op materiële goederen, op geld en allerlei zaken die een gerust gevoel geven en zekerheid. Zij moeten gewoon het Goede Nieuws brengen, zonder franjes, zonder gewichtig te doen.
Wij zijn allen ook geroepen om te getuigen van het Blijde Nieuws. Getuigen van Gods liefde voor ieder mens. Gewoon getuigen van wat God voor jou heeft gedaan, getuigen van de vrede in je hart vanuit het geloof in Gods liefde en zorg. En je mag mensen Gods liefde doen kennen,, door je getuigenis, vooral ook door je getuigenis van vriendelijkheid, vriendschap en broederlijkheid. De apostelen moeten hun zekerheid niet zoeken in menselijke voorzieningen maar in het besef dat ze door de Heer gezonden zijn. In onze tijd, zoals in de tijd van die apostelen die gezonden worden, zal ons getuigenis vooral gebeuren van mens tot mens, in gewone ontmoetingen, in allerlei omstandigheden. Gewoon getuigen waar jij je zekerheid zoekt op momenten van beproeving, waar jij kracht en nieuwe moed hebt gevonden door je gebed. Wij hoeven geen hogere studies gedaan hebben om dat gewone christelijke getuigenis te geven, en soms eens te wijzen op de wanorde die er ontstaat war men zich afkeert van Gods verlangen. Maar bovenal moeten wij in woord en gedrag te getuigen dat God van mensen houdt en hen niet in de steek laat. (Ben Van Vossel 2024)
16de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Jer., 23, 1-
niets kom ik tekort / TWEEDE LEZING Ef., 2, 13-
God is als een Goede Herder, die bezorgd is over zijn schapen; Hij verwijt de herders dat ze niet goed voor de kudde hebben gezorgd. Wat een verschil met Jezus die we in het evangelie ontmoeten als de echte Goede Herder, die naar het voorbeeld van de Vader de verlatenheid ziet van de mensen, hun nood aan het echte Goede Nieuws: dat God een Vader is voor hen allen, aan Wie ze al hun zorgen en lasten mogen toevertrouwen en op wie ze moeten gelijken door geen negatieve gevoelens tegenover medemensen te koesteren, maar als bevrijde mensen de vrede ontvangen in hun hart. Jezus, die op uitstap is met zijn vrienden treft bij hun aankomst een grote menigte aan die Hem opwachtte. Marcus schrijft dan in zijn evangelie: “Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.” Zo treffen wij op onze weg ook mensen aan die nood hebben aan wat bemoediging, aan steun en goede raad, en er is de uitnodiging dat ook wij als goede herders wat licht zouden brengen in het leven van onze en zussen en broers. God heeft ons toegerust door ons doopsel en vormsel om Jezus’ zending verder te zetten. Laten wij door de ontmoeting met de Heer in deze viering die opdracht edelmoedig aanvaarden en uitzien naar de vele gelegenheden om het Blijde Nieuws te brengen naar de mensen die wij deze dagen ontmoeten, thuis, in onze buurt en daarbuiten. Daartoe heeft Jezus ons zijn Geest gezonden. (Ben Van Vossel 2024)
17de ZONDAG DOOR HET JAAR
5 broden en 2 vissen
EERSTE LEZING 2 Kon., 4, 42-
Wanneer je een samenkomst organiseert en tot uw verwondering komt er een massa mensen op af. Dan kun je wel eens in de situatie komen van Jezus en de apostelen en klinkt de vraag van Jezus: “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?" Je zoekt wat je hebt maar het antwoord is ontstellend: “Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?" Inderdaad. Een situatie waar geen oplossing voor is. Het doet me denken aan de vele jongeren o.m. in Europa en Amerika die tijdens de zomervakantie deelnemen aan de vele muziekfestivals om zich onder te dompelen in het dolle ritme van de muziek. Met tienduizenden komen ze er op af om eens te ontsnappen aan de dagelijkse sleur en de drukte van de examens. Toen Jezus eens voor zo’n menigte kwam te staan, aanzag Hij hen als schapen zonder herder. En Hij begon hen uitvoerig te onderrichten. Zo klonk het vorige zondag. Vandaag klinkt de vraag : “Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?" Wat moeten we doen om onze jonge mensen en de mensen van vandaag de weg naar God te tonen? Dat stelt ons voor een groot probleem, want we hebben maar 5 broden en 2 vissen. We beschikken over zo weinig mogelijkheden om de mensen van vandaag nog te interesseren aan geloof en godsdienst. We zouden er moedeloos van worden. Maar dit evangelie wil ons juist bemoedigen: we moeten onze ontmoediging, onze armoede (die 5 broden en 2 vissen) in de handen van Jezus leggen. Vertrouwvol. Hij zal ons de weg tonen. Hij zal de harten van die jongeren en van de mensen hier bij ons gereed maken om het Goede Nieuws te onthalen. Wij van onze kant moeten bidden voor onze jeugd, hen toevertrouwen aan Jezus, en dan op weg gaan waar de Heer ons zendt, met de kleine of grote mogelijkheden waarmee Hij ons toerust. Vertrouwvol. Gelovig. (Ben Van Vossel 2024)
EINDELIJK GELOVEN
18de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Ex., 16, 2-
Jezus had veel tekenen verricht die aangaven dat Hij door God gezonden was, ja, dat Hij dé Gezondene was van de Vader, de lang verwachte Messias; Hij had woorden gesproken waarvan de mensen zeiden: Nooit heeft iemand gesproken zoals deze man; Hij spreekt niet zoals onze schriftgeleerden maar als iemand die gezag bezit. Vandaag daagt Jezus de mensen uit tot een dieper geloof. En ook wij worden uitgedaagd om in ons hart heel uitgesproken ons geloof te belijden. Jezus spreekt over het brood, dat niet is zoals het manna, dat hun voorvaderen gegeten hadden in de woestijn. Die waren niettemin gestorven, zegt Jezus, die waren niet echt tot geloof gekomen. “Het echte Brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven en het geeft leven aan de wereld”. Dan zeggen de mensen tot Jezus: “Heer, geef ons te allen tijde dat Brood.” En dan spreekt Jezus tot hen over de kern van het geloof: “Ik ben het Brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.” Dat is inderdaad de openbaring van wie Jezus is; Jezus verduidelijkt onomwonden wat zijn wonderen wilden beduiden en wat Hij in zoveel onderrichtingen en parabels heeft willen duidelijk maken. De Vader heeft Mij gezonden opdat jullie door Mij tot het echte leven zouden komen. Open uw leven, open uw hart voor Mij, kom tot geloof; kom tot het echte leven.
Dat is ook wat Jezus tot ons wil zeggen vandaag. Als je nog altijd op zoek bent naar het geluk, als je nog zo vaak onverzadigd zijt, als je nog met zoveel vragen zit… Dat is, zo zegt Jezus, omdat ge Mij nog niet echt je leven hebt binnengelaten, omdat ge nog niet met Mij op weg zijt, uw leven nog niet echt aan Mij hebt toevertrouwd. Ik ben het Brood van het leven, zegt Jezus. Zoek het geluk niet elders. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, Ik zal u rust en verlichting schenken. Mijn juk is zacht en mijn last is licht en ge zult rust vinden voor uw zielen. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
19de ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING 1 Kon. 19, 4-
God laat zijn profeet Elia niet aan zijn lot over; Hij sterkt hem opdat Hij zijn taak zou kunnen vervullen. Wij mogen in ons eigen leven ook opmerken en vaststellen dat de Heer genadig is en ons voorziet van wat we voor onze taak nodig hebben. Wel vraagt Hij van ons dat we onze beperkte krachten inzetten en niet zitten klagen dat we aan ons lot worden overgelaten. Word wakker en eet, krijgt de profeet Elia te horen. En bij de broodvermenigvuldiging moeten wij de 5 broden en de paar visjes in de handen van de Heer leggen. God komt ons dan in onze beperktheid te hulp.
Naar aanleiding van de broodvermenigvuldiging zegt Jezus dat Hijzelf het Brood is dat leven geeft aan de wereld. Hij maakt dat ons leven zin heeft, dat het waardevol is in de ogen van God. Jezus heeft voor ons de weg naar het hart van de Vader opengemaakt. In Hem zijn wij de geliefde kinderen van de Vader en al wat we doen, als kinderen van God, heeft een oneindige waarde voor God. Jezus zegt: Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; Als Iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid.
In de heilige Eucharistie mogen wij ons geloof in Jezus vernieuwen. Hij zegt: Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld. Hij heeft zichzelf tot het uiterste gegeven, en zo is Hij voor ons het brood van eeuwig leven geworden. Latten wij Hem met geloof en liefde onthalen in ons leven en in deze Eucharistie. (Ben Van Vossel 2024)
20ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Spr., 9, 1-
De profeten hebben eeuwenlang het volk van God de goede weg gewezen, de weg van de wijsheid. In de eerste lezing werden we nog aangemaand om die weg van de wijsheid te bewandelen, en tot bezinning te komen. Ook Sint Paulus vermaant ons om ons te gedragen als verstandige mensen en niet als dwazen. Dwazen zijn mensen die bij het onmiddellijke blijven staan, bij het materiële, bij de directe voldoening. In Jezus is de wijsheid van God onder ons verschenen. De woorden die Hij sprak en de tekenen die Hij verrichtte waren geest en leven, woorden van eeuwig leven. Wij moeten echter op onze hoede zijn. Het zijn niet de mensen met het hoogste intelligentiequotiënt, de meest geleerden en hoogmoedigen die de woorden van Jezus verstaan. Jezus zelf prijst op zeker moment de Vader ‘omdat Hij al die dingen verborgen gehouden heeft voor wijzen en verstandigen maar ze geopenbaard heeft aan kleinen, aan de eenvoudigen. Zo zien we dat velen Jezus in de steek laten omdat Hij woorden spreekt die louter menselijk niet te vatten zijn. Jezus noemt zichzelf het levende voedsel. Hij beweert dat men Hem moet aanvaarden als de weg naar het eeuwig leven. En vandaag heeft Hij het nadrukkelijk over het mysterie van de Eucharistie waarin we Hemzelf ontmoeten in geloof en liefde. Wie is dan de ware wijze? Hij die zegt dat het niet mogelijk is om Jezus te ontmoeten in de Eucharistie, of Hij die gelovig Jezus’ woorden dankbaar en met blijdschap aanvaardt? Laten wij intreden in die wijsheid. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
21ste ZONDAG DOOR HET JAAR
Kiezen voor de Heer
EERSTE LEZING Joz., 24, 1-
REFR: Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is / TWEEDE LEZING Ef., 5, 21-
Jozua, die Mozes opvolgde als leider van het Volk van God dat op Uittocht was, Jozua riep het volk samen en wilde weten of ze God wilden dienen of de afgoden die hun voorvaderen gedeind hadden of de goden van de Amorieten in wier land ze nu woonden. Jozua zei klaar en duidelijk:; “Ik en mijn familie, wij dienen de Heer. Het volk antwoordde dat ook zij de Heer wilden dienen, die hen uit het slavenhuis had gered en grote wonderen had verricht. “Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God." In het evangelie van vandaag vraagt Jezus aan de 12: “Wilt ook gij soms weggaan?" Simon Petrus antwoordde Hem: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt."
Waarover gaat het hier? Wat was de aanleiding tot dit gesprek. Jezus had heel wat volgelingen. Maar Hij wilde dat ze Hem zouden aannemen als de Messias en zelfs als de redder van de wereld. Ik ben het levende brood, had Hij gezegd, Ik ben het voedsel dat uit de hemel is neergedaald en dat de wereld nodig heeft. Dat was reeds een sterk woord en niet alle leerlingen konden daar helemaal mee akkoord gaan. Maar Jezus had er nog iets anders gezegd: Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees ten bate van het leven der wereld. Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap. Maar Jezus neemt geen van zijn woorden terug en vraagt zelfs aan de12: wilt ook gij weggaan? Neen, dat doen ze niet. Zij hadden al vastgesteld dat de woorden die Hij sprak, woorden waren van eeuwig leven.
En wat gaan wij nu doen? Hoe gaan wij reageren? Aanvaarden wij Jezus als de Zoon van God, als de Heer van ons leven en als de redder van de wereld? En ten tweede: geloven wij dat we in het brood en de wijn van de Eucharistie Jezus zelf ontmoeten, die op het laatste avondmaal zou zeggen: Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. Laten wij vandaag ons geloof in Jezus vernieuwen als de redder van de wereld en ons geloof in zijn werkelijke aanwezigheid in de heilige Eucharistie. (Ben Van Vossel 2024)
22ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Deut., 4, 1-
Luister naar de woorden die ik u leer, zegt Mozes tot het Joodse volk, en handel daarnaar, dan zult ge leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer u schenkt. Deze woorden klinken nogal politiek geladen in deze tijd van ernstig conflict tussen Israël en zijn Palestijnse en Arabische buren. Maar de uitnodiging van deze woorden is dat God zijn volk een wegwijzer geeft die hen zal leiden naar het echte leven. Het is echter niet voldoende van die woorden te aanhoren, ze moeten ook in praktijk gebracht worden. “Brengt ze stipt ten uitvoer” wordt er gezegd. Wanneer in de tussenzang gevraagd wordt: Heer wie mag te gast zijn in uw tent? Dan krijgen we daarop antwoorden die alle betrekking hebben op het metterdaad uitvoeren van wat God vraagt. Daar sluit Jacobus in zijn brief bij aan: Weest uitvoerders van het woord en niet alleen toehoorders. Echt vroomheid betekent: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld.
Jezus graaft in het evangelie nog dieper. Eerlijk en voorbeeldig leven voor God, betekent niet enkel het uiterlijk in praktijk brengen van allerlei voorschriften; het betekent dat vooral ons innerlijk moet gericht zijn op het nakomen van God verlangen. Uit het hart komt de gezindheid van waaruit we onze daden stellen. Laten we onszelf af en toe ondervragen: wat ik den, wat ik zeg en wat ik doe, komt dat voort uit een goed hart, uit een hart dat luistert naar wat God echt wil? Wat ik denk, wat ik zeg en wat ik doe krijgt zijn waarde door de gezindheid van ons hart.(Ben Van Vossel 2024)
23ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Jes., 35, 4-
ALLELUIA Joh., 1, 14 en 12b Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond; Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen Gods te worden. Alleluja / EVANGELIE Mc., 7, 31-
Iedere week, op een bepaalde dag kwam er in onze gemeente een “genezer” in een gewoon huis; en tal van mensen gingen daarheen, sommigen omdat het bezoek aan een echte geneesheer heel wat meer geld kostte en anderzijds omdat hij met zijn gewone drankjes en zalfjes mensen wist te genezen of ze tenminste die illusie gaf. Mensen waren onder de indruk van zijn optreden en door de van mond tot mond reclame maakten ze zijn werk bekend, hoewel zijn optreden toch wel wat onder de radar moest blijven want het was illegaal. Jezus trad op in het openbaar. Hij genas veel zieken en dat werd gezien als een aanwezig komen van het Messiaanse tijdperk, de Messias die een deel van de voorspelde tekenen zou aanwezig brengen. Zoals de genezing van een doofstomme. Effeta, zegt Jezus. Gaat open. Wanneer je haast niet of helemaal niet kan horen, voel je vlug buiten gesloten. Wanneer je niet kan spreken, kan je je plaats bijna niet innemen in menselijk gezelschap. Het gaat in de richting van melaatsen, die in Jezus’ tijd ook uitgesloten waren van de menselijke samenleving. Jezus opent deze doofstomme weer op het samenzijn met mensen. Het is in onze tijd een groot geschenk voor slecht horenden dat er allerlei hulpmiddelen bestaan om die handicap wat op te vangen, allerlei hoorapparaten en zelfs implantaten. Laten we daarvoor dankbaar zijn, laat ons vooral dankbaar zijn dat we kunnen horen, dat we mensen kunnen begrijpen, met mensen kunnen communiceren. Laten we vooral ons hart en onze geest openen voor anderen, misschien eerder luisteren dan te spreken. Onze woorden in dienst te stellen van anderen en minder om onszelf op de voorgrond te stellen. Dan zullen we in waarheid ingaan op het woord van Jezus : ‘Effeta’ ‘gaat open’. (Ben Van Vossel 2024)
24ste ZONDAG DOOR HET JAAR
De lijdende Messias
EERSTE LEZING Jes., 50, 5-
De profeet Jesaja spreekt aan voorspelling uit die van toepassing kon zijn op de Messias, een voorspelling over een mogelijke vervolging, een mogelijk lijden dat de Messias zou kunnen overkomen. Die profetie werd niet duidelijk gehoord en begrepen, want De Joden in Jezus’ tijd zagen de Messias eerder in een glansrol, iemand die hen van hun vijanden en verdrukkers zou verlossen. Wanneer Jezus aan zijn vrienden vraagt hoe zij Hem zien, antwoordt Petrus: Gij zijt de Christus.. Dat betekent: Gij zijt de Gezalfde, de Gezondene, Gij zijt de Messias die komen moet.
Onmiddellijk daarop zegt Jezus dat hij zou moeten lijden en verworpen worden, en ter dood gebracht zou worden, maar dat Hij de derde dag zou verrijzen. Daarmee krijgt hun idee over Jezus als succesvolle Messias een serieuze deuk. En Petrus zegt dat dan ook aan Jezus. Maar Jezus blijft bij zijn uitspraak. En wie Hem wil volgen moet zichzelf verloochenen en ook zijn kruis opnemen. Willen wij Jezus volgen. Dan moeten we niet op de eerste plaats onszelf veilig stellen maar moeten we onomwonden kiezen voor God en zijn plan voor ons leven. Een slechte verkiezingsslogan. Maar Jezus weet wat Hij zegt. Als je voor jezelf kiest en God op de laatste plaats zet, dan vind je niet het echte en blijvende geluk. Ook al klinkt dat hard, het is een Blijde Boodschap, omdat het de werkelijkheid laat zien en ons geen gemakkelijke en loze verkiezingsbelofte voorhoudt. Laten wij ons dus maar in het spoor van Jezus stellen, met Hem in ons leven, leven we toe naar de ware toekomst, ook doorheen de lasten van het leven.
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
25ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Wijsh., 2, 12. 17-
Ook vandaag krijgen we in het evangelie de voorspelling van Jezus over zijn lijden, dood en verrijzenis. Maar de apostelen begrijpen het niet. Ze zijn met Jezus op weg, maar innerlijk zijn ze met heel andere zaken bezig. Jezus is bezig met het vormen van zijn leerlingen en daarom, thuis gekomen, roept Hij ze op het matje. Waar hebt ge het onderweg over gehad? Terwijl Jezus zijn lijden voorspelde, waren zij bezig met zich af te vragen wie van en wel de voornaamste was. En dan geeft Jezus hun een van de grondregels van het Rijk van God. Wie de eerste wil zijn, de belangrijkste, die moet de laatste willen zijn en de dienaar van allen. Zo gaat het er aan toe in het Koninkrijk van God. En zo zal Jezus alles geven, zelfs zijn leven, om zo in te treden in de heerlijkheid van de Vader. Pas later, na de verrijzenis van Jezus en verlichting door de heilige geest zullen de apostelen inzien en verkondigen dat we ons leven moeten inzetten voor God en voor het geluk van onze medemensen om op Jezus te gelijken en te leven volgens de grondregel van het Koninkrijk van God. “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen." (Ben Van Vossel 2024)
26ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Num., 11, 25-
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer, Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluja / EVANGELIE Mc., 9, 38-
In de eerste lezing willen Mozes’ sympathisanten 2 niet-
Jezus heeft iets dergelijks voor in het evangelie van vandaag. Johannes, een van de twee donderzonen, heeft iemand ontmoet die in Jezus’ naam duivels uitdrijft. Johannes wil hem dat beletten, maar Jezus zegt: Belet het hem niet; iemand die in mijn Naam duivels uitdrijft zal nog niet zo gauw kwaad van Mij spreken.
Uit de reactie van Jezus mogen we zeker afleiden dat Hij het goede in anderen weet te appreciëren. Die verdraagzaamheid en positieve benadering van anderen zou ook ons moeten kenmerken. Een christen is verdraagzaam en heeft oog voor het goede in anderen, ook in andersdenkenden, ook in niet-
Anderzijds moeten wij het slechte, het verkeerde, ook in eigen rangen afkeuren en aan de kaak stellen. Zoals paus Franciscus zegde in verband met het schandaal van het kindermisbruik door geestelijken. Het goede in mensen bevestigen en bemoedigen, het kwaad in de wereld en in mensen afkeuren, zonder daarbij te vergeten dat wijzelf ook maar zwakke en onvolmaakte mensen zijn. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
29ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Jes., 53, 10-
Het is me al opgevallen dat bij verkiezingen de verkozenen openlijk verklaren dat ze hun mandaat zien als een dienst aan de gemeenschap. Eigenlijk zou dat het ideaal zijn: dat verkozenen, dat zij die aan de macht komen dat ambt zien als een dienst. Jezus leert dat overduidelijk aan zijn leerlingen die het Jakobus en Johannes kwalijk nemen dat ze een bevoorrechte plaats ambiëren in het Koninkrijk van God. Jezus roept zijn leerlingen samen en leert hen nog maar eens de grondwet van zijn gemeenschap. Daar gaat het niet om de beste posten, maar om in dienst te staan van de ander. Zo eenvoudig is het, maar ook zo moeilijk is het.. Want van nature uit zijn we geneigd om boven de ander te staan, om de beste te zijn, de sympathiekste, de meest succesvolle… We zijn geroepen tot eenvoud, tot dagelijkse dienstbaarheid, tot het promoveren van de ander, in ons gezin, op het werk, in de samenleving. Dag is een lastige karwei,, voor onszelf en voor de verkozen mandatarissen. Misschien dat we wat meer om de heilige Geest moeten bidden, dat Hij ons leert en ons toerust om Jezus voorbeeld van nederige dienstbaarheid na te volgen. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en mijn leven in te zetten voor het heil van velen” (naar Mc 14,45). Laten wij dus ons eigen leven zien in het licht van wat Jezus ons vandaag leert, Hem volgen in zijn leven van loutere dienstbaarheid aan ons allen. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
30ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Jer., 31, 7-
De profeet Jeremia schetst een vreugdevol beeld van mensen die wenend op weg gaan, in ballingschap of zo, en door God getroost teruggevoerd worden. Daar sluit de tussenzang bij aan: “Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij.” Die vreugde na een beproeving zien we dan belichaamd in de blinde op de weg van Jericho. Hij verneemt dat Jezus daar voorbijkomt en roept luidkeels: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!" Jezus vraagt: “Wat wilt ge dat Ik voor u doe?” “Rabboeni, maak dat ik zien kan!" Eigenlijk vraagt hij om het geloof. Anderen hebben Hem verteld dat Jezus de Heiland is, die mensen heelt, mensen heel maakt, maar nu vraagt Hij dat Hij dat ook zelf zou mogen ervaren. Maak dat Ik zie, is daarom in feite de vraag: Heer, maak dat ik U ook mag zien als de Heiland.
Zelf hebben wij als mensen ook te maken met zaken die ons beperken, die ons klein houden, kwetsuren die op ons wegen, tegenslagen in wat ons dierbaar is… En dan vernemen wij dat Jezus nabij is voor mensen die in Hem geloven. Wij roepen dan tot de Heer: Rabboeni, Meester, maak dat Ik geheeld wordt, maak dat k in U kan geloven. Laat die schreeuw om heil en geloof uit het diepste van ons hart komen. Jezus zal ook over ons zijn heilzaam woord spreken, dat vrede brengt in ons hart, rust en moed. Ga, uw geloof heeft u gered. Laten wij vandaag, maar ook alle dagen met geloof tot Jezus komen, die door God is aangesteld om al onze kwalen en onzekerheden op zich te nemen en heil te brengen. Vandaag en alle dagen. (Ben Van Vossel 2024)
31ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Deut., 6, 2-
Wat is het allereerste gebod? Die vraag krijgt Jezus voorgeschoteld, vanwege een Schriftgeleerde; waarschijnlijk wilde deze eens duidelijkheid te krijgen omtrent de diepe overtuiging en schriftkennis van die profeet en prediker uit Galilea. Jezus’ antwoord is klaar en duidelijk en het wordt door de Schriftgeleerde goedgekeurd en bevestigd. Belangrijk is tenslotte Jezus’ reactie, het is niet voldoende het gebod te kennen, Jezus zegt: “Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.” Niet ver af. Maar je zijt er nog niet. Aan een wetgeleerde die het dubbelgebod citeerde zegt Jezus: “Doe dat en ge zult leven” (Lc 10,28)
Als gelovige christenen kennen ook wij die twee eerste geboden uit de Wet van Mozes: God bovenal beminnen en onze naaste beminnen als onszelf. Maar ook wij moeten beseffen dat het niet volstaat die geboden te ‘kennen’, het komt erop aan ze ook te ‘beleven’ met de inzet van heel ons hart en onze kracht.
Om God te beminnen met geheel ons hart, geheel onze ziel, geheel ons verstand en geheel onze kracht moeten we eerst dat diepe besef en geloof hebben dat God een liefhebbende Vader is die ons heeft geschapen en ons tot zijn kinderen heeft aangenomen door het levensoffer van Jezus. Johannes schrijft in zijn evangelie en zijn eerste brief: Zozeer heeft God ons liefgehad, dat Hij zijn eengeboren Zoon heeft gegeven om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen (1Joh 4,10). En Johannes voegt er aan toe: (1Joh.4,11) Vrienden, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkander liefhebben. Ook Johannes houdt die twee geboden dus met elkaar verbonden. Want even later schrijft hij: “Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf.”
Laten we dan gelovig ingaan op hetgeen Jezus ons vandaag leert. Laten wij bewust worden van Gods liefde en van Jezus’ inzet voor ons met heel zijn leven. Dan zullen wij gemakkelijker komen tot liefde voor God en zullen wij inzien dat we om van God te houden ook van zijn kinderen moeten houden, de mensen om ons heen, bij ons thuis en daar waar we mensen ontmoeten. Doe dat en ge zult leven. Ge zijt niet ver van het Koninkrijk Gods. (Ben Van Vossel 2024)
Naar THUISPAGINA Naar INHOUD Naar PREKEN 2024
32ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING 1 Kon., 17, 10-
Jezus spreekt een streng oordeel uit over de schriftgeleerden die hoogmoedig waren en weinig barmhartigheid vertoonden tegenover armen en mensen die zich niet konden verdedigen. In contrast daarmee wijst Jezus op een arme weduwe, die alles het weinige wat ze bezit in de offerkist van de tempel deponeerde. Rijken wierpen er iets van hun rijkdom in, maar die arme vrouw, zo zegt Jezus, offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest. Uit het verhaal van de profeet Elia leren we dat de gave van de arme weduwe ruimschoots vergoed wordt door God. We mogen veronderstellen dat dit in het Nieuwe Testament niet anders is geweest.
Maar zowel de tekst uit het Oude Testament als deze uit het Nieuw Testament is ook voor ons geschreven. Stellen wij God boven alles? Durven wij ons volledig aan God toevertrouwen? Vorige week nog werden wij uitgenodigd om God lief te hebben met heel ons hart, heel onze ziel, heel ons verstand en heel onze kracht én de naaste zoals onszelf. God liefhebben boven alles, is ook vandaag de uitnodiging. Durven wij onszelf en al wat van ons is aan God toevertrouwen? Hij zal in alles voorzien, zoals we ook uit de lezingen van vandaag mogen besluiten. (Ben Van Vossel 2024)
33ste ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Dan., 12, 1-
Wij naderen het einde van het liturgisch jaar. Volgende zondag bezingen wij Jezus, koning van het heelal. Vandaag horen we hoe de profeet Daniël het einde van de wereld beschrijft en het oordeel dat zal uitgesproken worden over ieder mens. Sommigen zullen opstaan om eeuwige schande te ondervinden, anderen om eeuwig te leven. In de bezinningsalm na deze eerste lezing bidden wij met psalm 16:” behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht. Steeds houd ik de ogen gericht op de Heer. Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.” In de brief aan de Hebreeën wordt ons gewezen naar Jezus, die zich voor eens en voor goed geofferd heeft voor onze zonden. Als we met Hem verbonden leven, kunnen wij met vertrouwen uitzien naar de toekomst, zelfs naar het toekomstige oordeel van God over ons leven. Jezus nodigt ons uit om de tekenen van de tijd na te gaan, we zullen dan zien dat het vandaag de tijd is om ons te bekeren en om standvastig ons geloof te beleven in dankbaarheid tegenover God en in respect en liefde voor onze medemensen, vooral voor de beproefden overal ter wereld.