GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN

2020 (vanaf Advent 2019) Cyclus A


WAT INSPIRATIE VOOR ZONDAGSPREKEN



Jezus’ woord verlicht de wereld, alleluia,

Jezus’ woord is bron van leven, alleluia.

Jezus’ woord is sterk en teder, alleluia,

Jezus’ woord wijst veil’ge wegen, alleluia.


U KUNT OOK SURFEN NAAR DE ZONDAGSPRESENTATIES

OVER DE EVANGELIES VAN DE ZONDAG.







A Va 3 Levend water (15/03/2020)

A Va 2 Omvorming (8/03/2020)

A Va 1 De keuze (1/03/2020)

A Zo.7 Wees heilig (23/02/2020)

A Zo.6 De ‘Wet’ ‘vervullen’ (16/02/2020)

A Zo.5 Getuigen van het licht (9/02/2020)

A Opdracht vd Heer (Lichtmis) (2/02/2020)

A Zo.3 Licht brengen zoals Jezus  (26/01/2020)

A Zo.2 Lam Gods, Zoon van God (19/01/2020)

A Doop van de Heer (12/01/2020)

A Feest van de Moeder Gods  (1/01/2020)

A Feest H.Familie (29/12/2019)

A Kerstnacht Een vreugdevolle boodschap (25/12/2019)

A Advent 4 God-met-ons (22/12/2019)

A Advent 3 Het Blijde Nieuws gebeurt in Jezus (15/12/2019)

A Advent 2 Bekeert u. Bereidt de weg van de Heer (8/12/2019)

A Advent 1 Wees bereid  (1/12/2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD Jaar A (15/03/2020)

Bron van Levend water


Ex., 17,3-7 Water uit de rots / Ps. 95 (94) 1-2 6-7, 8-9 REFREIN: Luistert heden naar zijn stem: weest niet halsstarrig / Rom., 5, 1-2. 5-8 Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren / Joh. 4,42 en 15 Heer, Gij zijt werkelijk de Redder van de wereld; Geef mij van het levend water, zodat ik geen dorst meer krijg / Joh., 4, 5-42 of 5-15. 19b-26. 39a. 40-42 Jezus en de Samaritaanse


Het volk in de woestijn leed ‘hevige dorst’. Misschien was hun vertrouwen op God niet erg groot, maar het is begrijpelijk dat ze in hun wanhoop om drinken vragen. God is hun genadig: ze krijgen dan ook water uit de rots.

Ons probleem is wellicht niet dat we te weinig op God vertrouwen, misschien is het probleem eerder dat we onze dorst niet voelen. Onze dorst, onze nood aan God. Wij zijn ons vaak eerder bewust van de nood aan andere zaken, vaak heel materiële zaken die we begeren. In het evangelie zien ze die Samaritaanse vrouw die wel graag dat ‘levend water’ wil hebben dat de dorst voor eeuwig stilt; dan moet ze niet meer komen putten in volle middagzon.

Het kan zijn dat we aan het uitdrogen zijn op geestelijk vlak, dat we zo bezigzijn met al het aardse, het werk, het geld verdienen, onze ontspanning, de TV… en dat we niet voelen hoe arm we zijn op geestelijk vlak. Dat is erg.

Misschien is het daarom goed dat we ons bewust worden van onze dorst en bewust worden dat Jezus daar ook op ons zit te wachten, vermoeid van de reis, wachtend op ons om ons te drinken te geven uit de Bron van Levend water. Zodat we diep in onszelf een bron van levend water ontdekken: ons geloof, ons vertrouwen, innerlijke vrede.  Gaan we Hem ontgoochelen en Hem daar laten zitten met zijn grote dorst naar onze zielen? Met zijn groot verlangen om onze innerlijke dorst te laven?

Paulus zegt ons dat Jezus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Hij heeft voor ons de deur naar het geluk opengezet, wijd open. Laten we dan tot Jezus komen, Hem de vreugde schenken van ons gelukkig te maken, ons te verzadigen aan het feestmaal dat de Vader voor ons aanricht, ons te laven aan het Levend water van Jezus aanwezigheid in ons hart. Wij zullen nooit meer alleen zijn, wij zullen zelfs van Hem kunnen getuigen aan anderen, zoals die Samaritaanse die zelfs haar waterkruik laat staan om te gaan getuigen aan haar dorpsgenoten, te gaan getuigen van wat Jezus voor haar heeft gedaan. Laten wij vandaag bewust tot Jezus komen die ons Levend water aanbiedt. De heilige Efrem schreef ooit: “Verontrust u niet als je het niet kunt op krijgen, je kan er terugkeren telkens je dorst hebt.”  (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Dit is mijn welbeminde Zoon


Gen., 12, 1-4a Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde / Ps. 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22 Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrou­wen / 2 Tim., 1, 8b- 10 Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God / Mt 7,5 Vanuit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem / Mt., 17, 1-9 Gedaanteverandering: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem


Abraham is de vader van alle gelovigen. Hij is als het ware de eerste gelovige in de geschiedenis van het Joodse volk en van ons allen. Hij gaat op weg uit het midden van het veelgodendom, op uitnodiging van de ene God. Hij krijgt de belofte mee : "Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde." Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen. Wij worden in deze vastentijd aangemaand om ook in vertrouwen op weg te gaan, in het leven van elke dag; mooi weer, slecht weer, een blije dag, een treurige dag: op weg gaan in vertrouwen op Hem die ons vergezelt!

Sint Paulus nodigt ons uit om ons deel te dragen in het leed voor het evangelie. Het moet daarom nog geen vervolging zijn. Maar radicaal christen zijn, het evangelie beleven elke dag weer, kost de nodige inspanning. Maar het brengt echte vrede in ons hart en we ervaren dat de Heer ons nabij is en ons bemoedigt. We mogen op Hem rekenen, Hij is niet ver van ons vandaan. We mogen naar Pasen toeleven met het woord van Sint Paulus: Jezus heeft de dood heeft vernietigd en deed onvergankelijk leven aanlichten door het evangelie dat het Blijde nieuws brengt van Gods liefde die de dood overwint. Door Jezus is pas echt zegen gekomen over alle geslachten op aarde.

Jezus en de apostelen krijgen in het evangelie van vandaag een sterke bemoediging. De Vader bevestigt dat Jezus zijn geliefde Zoon is die het Woord van God naar de mensen toe brengt. Wij worden uitgenodigd om naar Jezus te luisteren, niet enkel tijdens de Eucharistieviering, maar ook in het leven van elke dag. Dan draagt Jezus’ woord vrucht in ons leven.

De apostelen zijn toch bezweken door de gebeurtenissen. Zij zouden Pasen en Pinksteren nog nodig hebben om in te treden in de weg naar het heil.  Jezus echter is zijn weg gegaan, een weg die leek te eindigen op het kruis. Toen alles was volbracht en zijn levensboek zou gesloten worden heeft de Vader het laatste woord gehad door de verrijzenis van Jezus. Laten we met vertrouwen ook onze weg door het leven gaan in de zekerheid dat God het laatste woord heeft. (Ben Van Vossel 20202)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


1ste ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD JAAR A (1/03/2020)

Zonde en Vrijspraak, Dood en Leven

Gen.,2,7-9;3, 1-7 Zondeval / Ps. 51 (50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17  Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd / Rom.,5, 12-19 of 12. 17-19 Eén fout leidde tot veroordeling van allen, maar één goede daad leidde tot vrijspraak en leven voor allen / Mt. 4, 4b Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt / Mt., 4, 1-11 Bekoringen van Jezus


We zijn de Veertigdagen begonnen. We worden opnieuw voor de keuze gesteld, zoals de mensen van alle tijden en zoals Jezus in het bijzonder. De keuze voor het voorbijgaande, het onmiddellijke genoegen of … voor wat blijvende waarde heeft. De vastentijd is een genadetijd om ons te oefenen in de goede keuzen. Kiezen betekent dat je voor het ene kiest en iets anders links laat liggen. Voor ons komt het erop aan te kiezen voor wat God belangrijk vindt voor ons eigen welzijn.

De eerste lezing toont ons in een eenvoudig verhaal hoe de mens kiest voor eigen gewin, tegen Gods verlangen. De mens gaat zelf bepalen wat goed of verkeerd is. Zo ontstaat er chaos. Een chaos die doorwerkt in de hele mensengeschiedenis en die ook in ons eigen leven aanwezig is.

De tussenzang uit psalm 51 is daarom een sterk gebed om vergeving en genade.

In zijn grote brief aan de christenen van Rome en ook aan ons brengt Paulus dan het Blijde Nieuws dat de zonde van de eerste mensen, hoezeer ze ook een misprijzen was van de liefde van God, goedgemaakt wordt door Jezus. “En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd.” Dit betekent dat Jezus de scheidmuur tussen ons en God heeft afgebroken door zijn levensoffer. Wanneer wij ons bij Hem aansluiten worden wij op de weg naar het leven gezet. Jezus maakt de goede keuzen, en wij worden uitgenodigd om in deze vastentijd ook de goede keuzen te maken: te kiezen voor het leven en niet voor de dood, niet voor de chaos.

We zien Jezus in gevecht met de Satan: Hij weerstaat aan alles wat Hem wordt voorgespiegeld. Ook wij mogen in deze sterke tijd leren kiezen voor wat God wil en van dag tot dag weerstaan aan wat ons afleidt van ons engagement als christen.

Samen zijn wij de vasten ingetreden, laten wij elkaar tot steun zijn en elkaar dragen in gebed, zodat we Jezus volgen die radicale keuzen maakt en geen compromissen sluit. Zijn keuze is ons heil geworden. (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


7de ZONDAG DOOR HET JAAR

Wees heilig want IK ben heilig


Lev., 19, 1-2. 17-18 Bemin uw naaste als uzelf / Ps. 103, (102), 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13  De Heer is barmhartig en welgezind / 1 Kor.,3,16-23 De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God / Joh., 10, 27 Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en Ik ken ze en zij volgen Mij. Alleluja / Mt., 5, 38-48 Weest dus volmaakt zoals uw Vader volmaakt is


Een christen leeft ‘in de wereld’, en toch mag hij niet helemaal ‘van de wereld’ zijn. Dat is onder meer de boodschap van deze eucharistieviering. Reeds in de eerste lezing, uit het boek Leviticus krijgt het Godsvolk te horen: Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig! Het volk wordt dus uitgenodigd om naar God op te zien, en zich op de eerste plaats te spiegelen aan God. Dat zal dan betekenen dat men zich niet helemaal spiegelt aan wat mensen zeggen en doen, aan de manier van handelen, het nastreven van succes en rijkdom zoals dat in de maatschappij vaak gebeurt. Wees niet haatdragend, klinkt het in de eerste lezing, koester geen wrok… Dat betekent dat wij zoals God niet moeten denken en handelen zoals mensen vaak denken of wensen.

Sint Paulus schrijft aan zijn christenen van Korinthe: “Als iemand onder u wijs meent te zijn volgens de normen van deze tijd die voorbijgaat dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.” God denkt over een heel deel zaken anders dan wijzelf denken of wat als wenselijk of verstandig geacht wordt door de wereld.

Jezus vermaant ons in diezelfde betekenis: “Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.” En Hij geeft als een profeet een paar sterke voorbeelden die choqueren, maar die ons doen nadenken en ons gedrag ook wel mogen beïnvloeden : je wreken, je naastenliefde beperken, je vijand haten … Dat is de wet van de ongelovige wereld, zo doen de tollenaars en de heidenen, zegt Jezus. Maar gij, gij moet volmaakt zijn zoals uw Vader in de hemel volmaakt is, “die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over recht­vaardigen en onrechtvaardigen.”  Laten wij ons dus hoeden voor al te menselijke gedachten en gedrag, en ons eerder laten leiden door de wijsheid en het voorbeeld van God, wiens kinderen wij zijn. Hij is barmhartig en welgezind.  (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


6de ZONDAG DOOR HET JAAR A

De ‘vervulling’ van de Wet

Sirach 15,15-20 Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden, en het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt / Ps. 119 (118), 1-2, 4-5, 17-18, 33-34 Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer / 1 Kor., 2, 6-10 De goddelijke wijsheid geopenbaard door de Geest / Joh., 8, 12  Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het levenslicht bezitten. Alleluia / Mt., 5, 17-37 of 20-22a. 27-28. 33-34a. 37 Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen


Er staat in de Bijbel een heel lange psalm, wel 176 verzen lang. Die Psalm gaat over de Wet, over de voorschriften en verbondseisen van God. Het was een psalm die de Israëlieten nauw aan het hart lag. Ze waren er immers van overtuigd dat wie de Wet van God goed onderhield, dat die ook gezegend zou worden door God. In de Wet van God lag immers de ware wijsheid, de weg naar het volle leven. Je kan kiezen om de Wet en haar voorschriften te volgen, en zegt Sirach in de eerste lezing ‘het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt.’ Ook Paulus heeft het in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe over de wijsheid. Maar niet de menselijke wijsheid waar filosofen zich mee bezighouden of waarmee burgers en overheden hun eigen leven of dat van anderen trachten op te bouwen. Pilatus had reeds eerder de filosofische vraag gesteld ‘Wat is waarheid’ (Joh.18,38) omdat Jezus gezegd had “Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.” Omdat de Korinthiërs zo prat gingen op ‘de wijsheid’, had Paulus hun reeds gewezen op de dwaasheid van het kruis die wijzer is dan de wijsheid van de mensen. Menselijke wijsheid beperkt zich meestal tot het menselijke en de binnenwereldse realiteiten. De goddelijke wijsheid overstijgt dat beperkte zicht op de werkelijkheid.

Maar ook over de Wet, waarover de lange psalm spreekt, heeft Jezus iets te zeggen. Want er waren mensen die zich zo op die wet toelegden, dat ze soms de diepe zin en de bezieling ervan vergaten. Soms beperkten ze zich tot het onderhouden van de Wet tot in de kleinste details, maar met een kil hart. Paulus zou hen dan ook verwijten dat ze de letter onderhielden, maar niet de geest ervan. Ook Jezus wil ons in deze viering leren dat je eigenlijk nooit klaar bent met de Wet. Ze vraagt op de eerste plaats dat ons hart bij de Heer is, dat er liefde voor God is in ons hart. En verder: dat de liefde tot de medemens het tweede aspect is van het voornaamste gebod. Eens dat we in eenvoud gericht zijn op de gemeende liefde tot God en onze medemensen, zullen wij in staat zijn de Wet van God te vervullen. We zullen ons dan nederig tot God wenden met de woorden van de Psalmist :

Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt,

dan wijk ik daar nooit van af.

Geef mij begrip om uw wet na te leven,

om hem te volgen met heel mijn hart.

(Ben Van Vossel 2020)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG DOOR HET JAAR A  (9/02/2020)

Getuigen


Jes.58,7-10 Gerechtigheid straalt als de dageraad / Psalm 112 De rechtvaardige is voor de vrome een licht in de nacht / 1 Kor.,2,1-5 Getuigenis in de kracht van de Geest / Joh 6,64b en 69b Alleluja. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven, uw woorden zijn woorden van eeuwig leven / Mt.,5,13-16 Gij zijt zout der aarde, licht der wereld


Wij worden vandaag opgeroepen om te getuigen. Meestal denken we dat dit de taak is van de pastoor, de priesters en diakens. Maar sedert ons doopsel en ons vormsel delen wij in de profetische taak van Jezus. Hij is gekomen om te getuigen van Gods liefde, om te getuigen van de waarheid. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Vandaag zegt Jezus ons in het evangelie dat wij het zout der aarde zijn; zout de smaak geeft aan het eten. Wij moeten de mensen weer smaak geven in het leven, ondanks alles wat kan tegenzitten en mensen oproepen tot hoop en vertrouwen dat God ons niet in de steek laat. Jezus zegt ook: Gij zijt het licht van de wereld. Wij verlangen ons liever weg te steken. Wees gerust, Jezus vraagt niet op de eerste plaats dat we al predikend de stad rondtrekken. Het gaat op de eerste plaats over het getuigenis van ons leven: “Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.

De profeet Jesaja maakt het vandaag nog wat concreter: “"Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet, en keer u niet af van uw medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad.

Waar we soms ook in woorden getuigenis moeten geven, zegt Paulus dat we ons niet moeten verliezen in geleerde redeneringen en twistgesprekken, maar moeten getuigen in de kracht van de Geest, in de kracht van God zelf. Paulus zelf was geen grote redenaar, Apollos kon het beter uitleggen, maar was een sterk getuige, door zijn sterke relatie met Jezus (‘Christus is mijn leven’) was zijn getuigenis zo ingrijpend dat hij overal christelijke gemeenschappen heeft gesticht en bemoedigd. Het is voor ons geod dat we wat lezen over ons geloof of er rond studeren. Maar wij hoeven niet te wachten tot we de Bijbel en de Catechismus helemaal uit het hoofd kennen. Het getuigenis van ons leven is het eerste en voornaamste. Voor de rest moeten we rekenen op de Bijstand van de heilige Geest om in alle eenvoud te getuigen wat het geloof in Jezus voor onszelf betekent. Ons woord krijgt dan zijn volle kracht, wanneer ons leven er achter staat. (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


OPDRACHT VAN DE HEER IN DE TEMPEL

2 FEBRUARI 2020

Mal., 3, 1-4 Aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen / Ps. 24 (23), 7, 8, 9, 10  Wie is deze Koning der glorie? De Heer is de Koning der glorie! / Hebr., 2, 14-18 Een medelijdend en getrouw hogepriester  / Lc. 2, 32 Alleluia. Een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël. Alleluja / Lc., 2, 22-40 of 22-32 Opdracht van Jezus in de Tempel


Wanneer Jezus de Tempel wordt binnengedragen door Maria en Jozef, en aangeboden wordt aan God zoals ieder eerstgeboren jongen dan ziet de Kerk daarin het in vervulling gaan van de profetie van Maleachi: De Heer die zijn heiligdom binnentreedt. Of zoals psalm 24 zegt: Wie is deze Koning der glorie?  De Heer is de Koning der glorie! Jezus neemt de plaats in

Die Hem toekomt. Maar tegelijkertijd is Hij de dienaar van God, die in alles het verlangen van de Vader vervult. Zijn ouders kopen Hem daarom ook vrij door het offeren van een koppel duiven. Zo liet Hij zich later dopen door Johannes, als een zondaar om in alles aan ons gelijk te worden.

De Brief aan de Hebreeën zegt: “Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om als een medelijdend en getrouw hogepriester hun belangen bij God te behartigen en de zonden van het volk uit te boeten. Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.” Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen van Filippi over Jezus gehoorzaamheid tot de dood: “Daarom heeft God Hem hoog verheven en moet iedereen knielen en belijden tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.” (Fil. 2,6-11)

Van ons wordt ook gevraagd dat wij ons geloof in Jezus vernieuwen, dat we Hem als Heer en Messias erkennen, hoewel wij het kruis voor ogen hebben waaraan Hij als een verworpene gestorven is.

Wij mogen vandaag opzien naar die twee oude mensen, Simeon en Hanna, misschien hadden zij al slechte ogen, maar hun hart stond open voor wat God hen openbaarde. Simeon erkent in het Kind Jezus het Heil “dat God voor alle volken heeft bereid.” Johann Sebastian Bach laat Simeon zingen in een mooie aria: Ich habe genug. Ik heb genoeg. Ik heb genoeg aan dit kleine Kind dat de heil betekent voor alle mensen en  dat de glorie is van zijn volk, meer heb ik niet nodig. Ook de oude Hanna “dankte God en sprak over het kind tot allen die de bevrij­ding van Jeruzalem verwachtten.” Van die oude mensen mogen wij iets leren. Leren zien, met de ogen van het geloof, hoe God ons in Jezus nabij is gekomen en hoe door Jezus er heil is gekomen over de hele wereld. Ook wij moeten Jezus ons leven binnenlaten en beseffen dat Hij ons hele leven kan vervullen. Wanneer we zo ‘leven in het Licht van de Heer’ zullen wij  in ons hart een bron van diepe vreugde en vrede kennen, tot wie we ons altijd kunnen wenden.  (Ben Van Vossel 2020)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG DOOR HET JAAR A (26/01/2020)

Licht brengen zoals Jezus


Jes.8, 23b; 9,3 Het volk dat in het duister wandelt ziet een groot licht / Ps 40 (39) De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen / 1 Kor.1,10-13.17 Christus heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen / Alleluia. Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk, Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk. Alleluia. / Mt.,4,12-17 Jezus’ eerste publiek optreden


De profeet Jesaja schetst het beeld van een volk dat in het diepste donker leeft, verloren in doodse duisternis, maar dan straalt plots een groot helder licht en voelen ze zich weer gelukkig en blij. Zij worden verlost van alles wat op hen drukte. De tussenzang is ook voor ons een grote aansporing: ‘Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer’. In zijn brief aan de Korintiërs schetst Paulus zijn zending: ‘Hij heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen’, het Blijde Nieuws, en dat niet met mooie en geleerde woorden, maar met de ontnuchterende boodschap dat Jezus’ Kruis onze redding is.

Het evangelie vat Jezus optreden samen in twee korte zinnen, waardoor de profetie van Jesaja vervuld wordt: ‘Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk en Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk’.

Als christenen zijn wij geroepen om in het spoor van Jezus te treden:

- Ons leven zou een getuigenis moeten zijn van het Blijde Nieuws, en getuigen van ons geloof en blijde verwachting. Een christen is een mens van hoop.  

- En de zending van Jezus die alle ziekten en kwalen onder het volk genas wijst ook ons een weg om Gods menslievendheid te beleven: onze vriendelijkheid, onze dienstbaarheid en ons medeleven moeten te zien en te ervaren zijn door de mensen die wij ontmoeten, de mensen met wie we dagelijks omgaan. Zo brengen wij ook wat licht in het leven van mensen die ‘in het duister wandelen’, die in moeilijkheden zijn, die het niet meer zien zitten omdat ze geen hoop meer hebben. Jezus bracht licht in ons eigen leven, wij mogen daarvan getuigen door ons woord maar vooral ook door ons dagelijks op weg gaan als mens tussen mensen. Iets van het licht dat Jezus in ons leven bracht, willen wij met vreugde doorgeven aan de mensen om ons heen opdat ook zij Jezus mogen ervaren als het Blijde Nieuws voor ieder mens. Jezus zelf heeft het gezegd: ‘Gij zijt het licht der wereld… Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.’ (MT.5,14-16)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG DOOR HET JAAR

Lam Gods, Zoon van de Vader


Jes.,49,3.5-6 Ik maak je tot licht van de heidenen / Psalm 40  Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen. / 1 Kor.1,1-3 gehei­ligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd  / Alleluia. Gezegend zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat Gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt. Alleluia. / Joh.,1,29-34 Deze is de Zoon van God


Met Kerstmis en het Feest van de Openbaring (Epifanie) mochten wij vieren hoe Jezus aan het Joodse volk en alle andere volken geopenbaard werd, hoe Gods menslievendheid zich heeft getoond in Jezus’ komst in ons midden. Op het feest van de Openbaring wordt in 3 wondertekenen Jezus kenbaar gemaakt: in de komst van de Wijzen, in de doop van Jezus en in het wonder te Kana. In de mooie koorzang van Palestrina ‘Tribus miraculis’ worden die drie tekenen prachtig bezongen. Vandaag wordt de Openbaring van Jezus nog maar eens naar voor gebracht. In de eerste lezing is de zending van Jesaja een beeld van Jezus’ zending: "Gij zijt niet alleen mijn dienaar om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak U ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan." En in de tussenzang krijgen wij als refrein bij psalm een woord dat op Jezus van toepassing is:  “Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen.”

In Jezus zijn wij allen geheiligd, aan God toegewijd, schrijft sint Paulus ons in zijn brief aan de christenen van Korinthe. Johannes de Doper zegt ons twee zaken over Jezus: Jezus is het Lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt én Hij is de Zoon van God. Een pracht van een openbaring over Jezus. Zo mogen wij de tijd door het Jaar ingaan met de Openbaringen omtrent Jezus en ons: Jezus is de Koning die de kostbaarste geschenken waardig is: niet zozeer goud en wierook en mirre, maar ons hart: dat Hij koning mag zijn van ons hart en ons leven. (cfr Latijns lied: Dive Jesu non sunt nobis qui libemus regum dona, donum cor est hoc accepta, hoc donamus integrum Lieve Jezus wij komen niet met koninklijke geschenken, wij schenken ons hart, aanvaard het, wij geven het totaal). Op het woord van Johannes erkennen wij Jezus als het Lam Gods dat zich voor ons heeft overgeleverd en als de Zoon van God, de Messias die ons tot de Vader brengt. En in het wonder van Kana luisteren wij naar het woord van Maria: Doe maar wat Hij u zeggen zal, en in het wijnwonder  komen wij met de apostelen tot een dieper geloof in Jezus. Zo kunnen wij vanuit deze openbaringen met sterker geloof de gewone tijd van het Jaar ingaan. (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


Zondag na 6 januari

DOOP VAN DE HEER


Jes., 42, 1-4. 6-7 Dit is mijn dienaar die Ik ondersteun / Ps. 29 (28), 1a en 2, 3ac-4, 3b en 9b- 10 God zegent zijn volk met vrede. / Hand., 10, 34-38 God was met Hem / Mc., 9, 6 Alleluia. De hemelen gingen open en de stem van de Vader zei: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem. Alleluia. / Mt.,3,13-17 Doop van de Heer


In de eerste lezing, uit de profetie van Jesaja, gaat het over de uitverkoren Dienaar van God, die licht gaat brengen over de volkeren, Hij zal een teken zijn van het verbond dat God met de wereld sluit. Naar zijn leer kijken verre volkeren uit. Hij zal blinden de ogen openen en gevangenen, die in het duister zitten zal Hij bevrijden. Heerlijke woorden zijn dat. Ze zijn werkelijkheid geworden in Jezus, over wie in het evangelie gezegd wordt: "Dit is mijn Zoon, mijn veelge­liefde, in wie Ik welbehagen heb." In de lezing uit de Handelingen van de apostelen wordt over Hem gezegd: "Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem." Ook dit is een sterke geloofsbelijdenis.

Wij allen worden uitgenodigd om vandaag te  belijden dat Jezus, de veelgeliefde Zoon van God is, voor ons mensgeworden om ons naar het licht te geleiden; we worden uitgenodigd om vandaag ook uit te spreken dat Jezus  weldoende is rondgegaan, dat Hij ons genezen heeft van de zonde omdat God met Hem was.

De woorden uit de heilige Schrift zijn voor ons geschreven, om ons hart en onze geest te verlichten; opdat we zouden zien Wie Jezus is en wat Hij voor ons betekent, ook op dit ogenblik. Zonder Hem zouden wij ook niet verder kunnen kijken dan het leven ons te zien geeft, zouden we niet verder kunnen kijken dan ons aardse bestaan. Dankzij Hem hebben wij zicht op de echte werkelijkheid, kunnen wij door de aardse werkelijkheid zien naar wat er zich echt afspeelt. Dat we namelijk geroepen zijn om uit het duister van de zonde en de vergankelijkheid te treden in het licht dat Jezus ons gebracht heeft.

Ons leven is niet meer geroepen om ten onder te gaan onder de vergankelijkheid en de tijdelijkheid; door Jezus zijn wij geroepen om als kinderen van God te leven onder zijn barmhartige liefde. God omhelst ons in Jezus als zijn geliefde kinderen en schenkt ons, dankzij Jezus, om in de kracht van de heilige Geest ook te leven als kinderen van God. Zo tillen wij, door ons leven als christen, de wereld op tot een wereld die God toegewijd is. Zo kan God met welbehagen neerkijken op onze wereld en blijft het onze opdracht om in de kracht van Jezus’ menswording en levensoffer door ons leven en ons gebed de wereld meer en meer te maken tot stad van God. (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


MOEDER GODS

Octaafdag van Kerstmis (1 januari)


Num., 6, 22-27 God zegene u / Ps. 67 (66), 2-3, 5, 6 en 8 God, wees ons barmhartig en zegen ons / Gal, 4, 4-7 Wij kregen de rang van zonen / Hebr., 1, 1-2 Alleluia. Op velerlei wijzen heeft God tot onze vaderen gesproken door de profeten; op het einde der tijden heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon. Alleluia. / Lc. 2, 16-21 Het ontving de naam Jezus


Mensen wensen elkaar het beste voor het beginnend jaar 2020. Mensen vieren het nieuwe jaar in vreugde met eten en drinken en gezellig samenzijn. Met luide knallen en schitterend vuurwerk willen ze de triestige zaken en gedachten verjagen en hoopvol het nieuwe jaar ingaan.

Christenen willen dit nieuwe jaar ingaan onder de zegen van God. Moge de Heer u zegenen en u behoeden, zo klinkt de oudste zegen van een Joods priester in het Oude Testament. Deze eerste dag van het nieuwe jaar willen wij ook onder de bescherming stellen van de Maagd Maria, 7 dagen na de geboorte van Jezus. Wij erkennen daarmee haar goddelijk moederschap; het Kind dat uit haar werd geboren is Gods Zoon. Paulus trekt daaruit ook de conclusie dat door die geboorte wij allen ook kinderen van God geworden zijn. Hij schrijft: “En opdat ge zonen zijt heeft God de Geest van zijn Zoon, die "Abba, Vader!" roept, in ons hart gezonden. Ge zijt dus niet langer slaaf maar zoon en als zoon ook erfgenaam en wel door toedoen van God.” Wij mogen God Onze Vader noemen; wij zijn zijn kinderen. Dat is de grote zegen die ons ook in het nieuwe jaar vergezelt.

Want Jezus is de redder, die alle schuld op zich heeft genomen, zodat Gods liefde ons weer onbelemmerd kan bereiken.

De naam Jezus, waarover het evangelie sprak, betekent trouwens redder, Jezus, een naam die we met vertrouwen en met oprechte liefde mogen uitspreken. Hij is en blijft onze redder, Hij is de garantie op Gods blijvende aandacht voor ons, in alle omstandigheden.

Zo mogen wij dit nieuwe jaar beginnen met groot vertrouwen dat het ook een gezegend jaar zal zijn, onder de bescherming van Maria, de Moeder Gods. (Ben Van Vossel 2020)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


Zondag onder het octaaf van Kerstmis:

FEEST VAN DE H.FAMILIE

Sir., 3, 2-6. 12-14 Wie de Heer vreest, eert zijn ouders / Ps. 128 (127), 1-2, 3, 4-5 Gelukkig die godvrezend zijt, en de weg des Heren gaat / Kol., 3, 12-21 De liefde als band der volmaaktheid / Kol., 3, 15a en 16a Alleluja. Laat de vrede van Christus heersen in uw hart. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen. Alleluja / Mt., 2, 13-15. 19-23 Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen

In het Oude Testament staat het al met zoveel woorden vermeld: Wie God in zijn hart draagt, moet ook zijn ouders in zijn hart dragen. Daarmee wordt de ouderliefde, maar evenzeer de liefde van ouders voor hun kinderen tot een grondregel voor de gelovige mens en tevens als basis van elk gezin. De kerk geeft ons vandaag ook dat prachtige stukje te horen uit de brief aan de christenen van Kolosse:  “Bekleedt u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft zo moet ook gij vergeven. Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid.” Deze woorden zijn gericht tot de christengemeente van Kolosse, niet enkel tot de gezinnen, maar natuurlijk is het een tekst die inspirerend is voor ieder gezin, voor de echtgenoten, de ouders én de kinderen. Mededogen, goedheid, nederigheid, zachtheid, geduld en vergevingsgezindheid. Onmisbare eigenschappen om een goed en stevig echtpaar en gezin te vormen. Die zorg voor elkaar, zoals Jozef het beleefde toen hij direct gehoor ga aan de goddelijke boodschap om zich het lot van Het Kind en zijn moeder aan te trekken en zich naar het onbekende te begeven.

Onmisbaar in de onderlinge relaties van om het even welke gemeenschap maar vooral van het gezin is de vergevingsgezindheid. Men leeft dicht op elkaar in het gezin en gemakkelijk kwetst men zich aan elkaar, de zelfzucht leeft in ons hart, en daarom is het onmisbaar om elkaar te verdragen en als het nodig is ook vergiffenis te vragen en ook de schenken. Zonder de vergiffenis groeit men zo gemakkelijk uiteen. Vergeving maakt alles weer goed; men erkent dat men een kleine gemeenschap vormt met personen die niet volmaakt zijn; dat zijn we zelf ook niet. Alleen God is volmaakt. En dus is het normaal dat we al eens tekort komen tegenover elkaar, en de wederzijdse vergeving is als het ware de genezende zalf over gekwetste relaties. De brief aan de Colossenzen spreekt ook over de deemoed. Hoeveel gebrokenheid tussen gehuwden ontstaat er niet doordat de een niet wil toegeven aan de ander. Zo ontstaat er hardheid en vlucht de liefde en de eenheid weg. Dit betekent niet dat steeds dezelfde moet toegeven. Er blijft de opgave om met elkaar in gesprek te blijven en te zoeken naar een evenwichtige relatie, waarin beiden gerespecteerd worden in hun eigenheid en persoon-zijn.

Tenslotte klinken de woorden van diezelfde brief hoopvol en tegelijk als een dagelijkse opgave: “Laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt gij immers geroepen…. En moge het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen” Het blijde nieuws van Gods liefde en van de uitnodiging om op God te gelijken door de beleving van de liefde en onderlinge dienstbaarheid. Door u als gezin met vertrouwen te wenden tot God, die liefde is, zal uw gezin groeien in eenheid en wederzijdse liefde. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


KERSTMIS/NACHTMIS

Een vreugdevolle boodschap


Jes.9, 1-3.5-6 Een groot licht straalt / Psalm 96  Heden is ons een Redder geboren, Christus de Heer / Tit.2,11-14 De genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen / Lc.2,10-11 Alleluia. Ik verkondig U een vreugdevolle boodschap: Heden is U een Redder geboren, Christus, de Heer. Alleluja / Lc.2, 1-14 Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David


Onlangs zag ik een schilderij, een hele groep donkere gestalten tegen een duistere wat wazige achtergrond waar toch ergens een helderheid doorbrak. Net een sfeer van verlatenheid zoals Jesaja ze uittekent in zijn profetie. Maar hij schrijft: “Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis.” Zo begon vandaag de eerste lezing in de kerstnacht. Het zijn zowat de donkerste dagen van het jaar en dat is een goede hulp om ons de toestand van de mensheid in te denken toen de Heer Jezus nog niet gekomen was. Maar vandaag gedenken wij en vieren wij met vreugde dat Hij gekomen is en ons Gods liefde heeft getoond. Johannes schrijft: “Zozeer heeft God ons liefgehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gezonden, niet om ons te oordelen, maar om ons te redden.”

De mensheid ging haar eigen weg, los van God, en dat is niet de weg naar het echte geluk. Ook wij gaan soms die weg, een weg die we zelf kiezen, maar die niet overeenstemt met wat God als ons heil heeft gesteld.  Laten wij vandaag tot bezinning komen en kiezen voor de weg naar het geluk, voor onszelf en voor onze medemensen, de mensen naast ons en de mensen veraf. Laten wij het licht van Kerstmis ons hart uitzuiveren en richten op Jezus. Laten wij Hem kiezen als de herder die ons zal leiden naar het echte heil. Het betekent dat wij zelf het stuur van ons leven in zijn handen geven; Hij zal ons leren op welke wegen wij de richting naar het ware geluk zullen vinden. Het betekent dat wij God op de eerste plaats stellen en met vertrouwen Jezus volgen. Zijn woord dat we elke week horen, wil ons juist leiden op de goede weg. Die weg lijkt ons soms moeilijk te zijn, en inderdaad de weg van Jezus is niet de gemakkelijkste weg. Maar Hij wil ons de nodige kracht en het nodige inzicht schenken zodat we die moeilijke maar verheven weg kunnen gaan midden onze de wereld die vaak ook nog in het duister is. Wanneer we de weg gaan die Jezus ons aanwijst, mogen wij erop vertrouwen dat diep in ons hart vreugde zal komen, een gevoel van vrede en stilaan een groeiende zekerheid dat dit de juiste weg is. Het is de weg en de toekomst die God ons als bestemming heeft bedoeld. Laat de vrede die Kerstmis ons belooft echt in uw hart dringen. Het is de beste manier om deugddoende gist te brengen in onze samenleving en in de wereld van vandaag. Gods Geest werkt ook buiten de kerk, denk aan de vele goede doelen van de warmste week, maar wij hebben de roeping en zending om de wereld tot God te brengen en te vragen dat zijn licht zich mag verspreiden. Zalig Kerstfeest ! (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


4de ZONDAG VAN DE ADVENT

‘God met ons’


Jes.7, 10-14 Immanuël / Alleluia. / psalm 24  De Heer moet de poorten binnengaan, want Hij is de koning der glorie  / Rom.1, 1-7 Zoon van God / Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. En men zal Hem de naam Immanuel geven: God met ons, alleluia./ Mt.1,18-24 Immanuël


De profeet Jesaja voorspelde de geboorte van een koningskind dat voor de toekomst van het volk zou kunnen instaan, een teken van hoop waaruit zal blijken dat God hen niet in de steek laat, vandaar dat dit kind de naam zou mogen dragen: God met ons, Immanuël. Matteüs neemt die benaming over en maakt ze nog concreter van toepassing op Maria die als maagd een zoon ter wereld zal brengen die God met ons zal heten: Immanuël. Jezus is voor ons het blijvend teken dat God de mensheid niet in de steek laat. Hij is in persoon het Blijde Nieuws, het evangelie dat hoop en vreugde in zich draagt.

Kerstmis mag voor ons allen dat ook dat feest van vreugde zijn, het feest van de geboorte van het Kind dat heil zal brengen over de hele mensheid. Dat feest om de verjaardag van Jezus te vieren zou voor ons allen een dag van vreugde en hoop moeten zijn: God laat ons niet in de steek. Ondanks al het spijtige dat in de wereld gebeurt, ondanks al het zondige, ondanks al wat er kan tegengaan in de mensheid en in het leven van ieder van ons, mogen wij ons hart laten bemoedigen door de geboorte van dat machteloze Kind in de kribbe. In Hem heeft God eens en voorgoed uitgesproken: Ik laat jullie niet in de steek, ondanks alles, ondanks jullie zwakheid, ondanks jullie zondigheid, ondanks jullie moedeloosheid: Ik laat jullie niet in de steek, Ik blijf jullie helpend nabij in dit Kind, de Immanuël, de God met ons.

Dankzij die belofte van de geboorte van de Immanuël mogen wij het hoofd opheffen, mogen wij de verwarmende zekerheid koesteren in ons hart, dat ons leven toekomst heeft en wij geborgen zijn voor altijd in dat Kind, dat mens werd zoals wij, maar dat ook de goddelijke kracht in zich droeg waardoor het blijvende toekomst kon en kan geven aan al wat menselijk is.

Laat ons dan blij uitzien naar de dag waarop we zijn geboorte gedenken en vertrouwvol uitzien naar de Dag waarop Hij alles zal voltooien en ons en al wat bestaat zal toevertrouwen aan de handen van de Vader waarvan Hij is uitgegaan, die God die in Jezus de God met ons is en blijft in de eeuwen der eeuwen. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG VAN DE ADVENT

De Blijde Boodschap gebeurt in Jezus


Jes.35,1.6a-10 Zij zullen de glorie van de Heer aanschouwen / Ps. 146 (145), 7, 8-9a, 9bc- 10  Kom, Heer, om ons te redden.   (Cf. Jes., 35,4) / Jak.,5,7-10  Hebt geduld tot de komst van de Heer / Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18) Alleluia. De geest des Heren is over Mij gekomen om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Alleluia. / Mt., 1, 2- 1 1 Gaat aan Johannes zeggen wat ge hoort en ziet


De profeet Jesaja is zeker van zijn stuk: hij voorspelt een tijd van bevrijding, een tijd waarin men zal kunnen zien hoe God zijn volk ter hulp komt; er zal vreugde zijn zoals een lamme die weer kan lopen en springen, een blinde die opnieuw kan zien. Jesaja zegt dan ook dat het volk vol hoop mag zijn en niet moet vrezen. De ballingen zullen vol vreugde weerkeren en al het lijden dat ze hebben doorstaan zullen ze achter zich laten. Soortgelijke beloften klinken ons in de Advent telkens weer tegemoet. Ook ons leven verloopt met ups en downs, met momenten van geluk en tijden dat een en ander tegengaat, vreugde en onzekerheid gaan hand in hand. De boodschap die dan opklinkt vanuit de liturgie blijft steevast dezelfde: wat er ook mag tegengaan in het leven, en ondanks het vreugdevolle dat we mogen beleven, Gods belofte blijft altijd gelden, namelijk dat Hij redding en bevrijding zal brengen die al het voorbijgaande overtreft. Zelfs wanneer Jezus aan Johannes laat zeggen dat Hij wonderen doet, “blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd” dan is het bovenal toch een oproep tot geloof in Jezus zelf. “Gelukkig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.” Wij leven in een tijd waarin mensen het in onze streken relatief goed hebben, stukken beter dan in veel andere landen, van waaruit nogal wat mensen naar onze streken willen emigreren. Wij moeten echter opletten dat we geen blinden worden, die vergeten dat alles heel voorbijgaand is. Wij moeten blijven uitzien naar wat God ons belooft. Wij moeten niet ondergaan in alles wat de moderne maatschappij ons te beiden heeft, we mogen niet ondergaan in materiële welvaart en vergeten dat we hier maar een tijdelijke thuis hebben. Het klinkt weinig modern, maar ons vaderland is in de hemel, zoals Paulus schreef aan de christenen van Filippi (FIL.3,20). Kerstdag is het mysterie vieren van Gods Zoon die als mens geboren wordt, maar tegelijk is het een vooraf vieren van zijn komst in heerlijkheid. Daarom moedigt ook de apostel Jakobus ons aan om geduld te hebben, ondanks alles wat me meemaken aan goede of pijnlijke zaken. Laten wij ondertussen treden in Jezus’ spoor en nu al mensen nabij zijn die allerlei beperkingen moeten ondergaan; laten we licht brengen, mensen tot steun zijn, laten we mensen meetrekken op de weg naar het leven en vreugde brengen in hun bestaan. Zo kunnen we Kerstdag vieren, God in ons midden, God in ons hart, en Jezus’ komst in de wereld nabij brengen. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG VAN DE ADVENT

Bereidt de weg van de Heer


Jes., 11, 1-10 Een nieuwe scheut, de geest van God zal op Hem rusten / Ps. 72 (71), 2, 7-8, 12-13, 17 Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden / Rom., 15, 4-9 Leven in hoop en eensgezindheid / Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht; en heel de mensheid zal Gods redding zien. Alleluia. / Mt.,3, 1-12 Bekeert u want het Rijk der hemelen is nabij


We zijn een nieuw kerkelijk jaar begonnen: de Advent, het uitzien naar de komst van de Heer. Het is een sterke tijd waarin wij de gelegenheid krijgen om meer geestelijk, meer gelovig mens te worden. Het is op geestelijk vlak als worden we in de mogelijkheid gesteld om ons huis weer eens helemaal in orde te stellen, om nieuw leven te brengen in onze relaties met medemensen, om alles eens met nieuwe ogen te bezien. Een geestelijke honger mag ons bezielen, het verlangen om beter en dieper gelovig en christen te worden.

De Heer wil ons opnieuw nabij komen; Opnieuw staat Hij bij ons aan de deur en Hij klopt aan omdat Hij ons naar een dieper geluk wil voeren, geluk dat we enkel bij Hem kunnen vinden.

In de eerste lezing klinkt de profetie van Jesaja uitzonderlijk hoopvol voor het Joodse volk, want hij belooft een nieuwe koning-messias die God hoog zal stellen en die tegelijk vol aandacht zal zijn voor de kleine mens en de uitbuiter met gestrengheid zal tegemoet treden. Het wordt een tijd van vrede voor mens en dier, een messiaanse tijd.

Wanneer je nu de vraag zou stellen: wat hebben wij te maken met die profetie uit een lang verleden tijd en die dan nog handelde over de toekomst van het Joodse volk? Paulus zegt daar het volgende over: “Alles wat eertijds werd opgeschreven, werd opgetekend tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift, in hoop zouden leven”. Die oude profetieën willen hoop in ons hart brengen. Maar daar wij tot een hoopvolle toekomst geroepen zijn, verbindt Paulus daar onmiddellijk aan de eensgezindheid aan vast: we moet leven als mensen van de toekomst, zoals Jezus ons geleerd en voorgedaan heeft.

Daarom horen we dan ook Johannes roepen in de woestijn: "Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij." Johannes is de stem waarover de profeet Jesaja had gezegd: “Een stem van iemand die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht." Johannes verhief zijn stem inderdaad in de woestijn van Judea, maar hij mag geen roepende in de woestijn blijven voor ons. We moeten onszelf in deze Advent opnieuw in vraag durven stellen en de weg bereiden voor de Heer. Hem de plaats blijven geven die Hem toekomt, door zijn verlangen te doen. Plaats geven aan Hem door in contact te zijn met Hem en door Hem te dienen in de mensen die Hij ons laat ontmoeten. Zo kan ook deze Advent Gods Rijk, zijn heerschappij wat meer groeien in ons hart en ons leven. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


1ste ZONDAG VAN DE ADVENT (cyclus A)

Weest dus bereid


Jes.,2, 1-5 Laat ons optrekken naar de berg van de Heer / Ps.122 (121), 1-2, 3-4a, 4b-5, 6-7, 8-9  Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! / Rom., 13, 11-14 Thans is ons heil dichterbij dan toen we tot het geloof kwamen / Ps. 85 (84), 8 Alleluja. Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluja. / Mt., 24, 37-44 Weest ook gij dus bereid


“Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.” Zo klinkt de wat alarmerende oproep van Jezus in het evangelie. Is dit nog een boodschap voor deze tijd? Het klinkt zo ouderwets in een tijd waarin de wetenschap de nieuwe godsdienst is geworden? Men tracht immers onze kinderen en jongeren wakker te roepen om toch wat meer interesse te gaan vertonen voor de wetenschap en zo te bouwen aan de toekomst. In feite is dit een positieve beweging: de schepping zit zo vol met mysteries en het is goed dat dit alles in dienst wordt gebracht voor  het welzijn en de ontwikkeling van de mensheid. Maar met wetenschap alleen doorgronden wij het hele menselijk bestaan niet. Met wetenschap alleen beantwoorden wij de diepe menselijke vragen niet en ontdekken we niet het echt waardevolle in het menselijk leven.

Om verder te kijken hebben wij de godsdienst nodig, om verder te kijken dan het materiële hebben wij behoefte om te weten wat God zicht is op ons menselijk bestaan in deze wereld. Het is in dàt licht dat we de lezingen van vandaag moeten begrijpen.

 In deze Adventstijd komt vaak de profeet Jesaja aan het woord: Hij geeft een visioen weer over de eindtijd, waarop alle volkeren tot de Heer zullen komen en geen volk nog oorlog zal voeren tegen een ander volk. En daarom roept hij de mensen nu reeds op om te wandelen in het licht van de Heer.

In zijn brief aan de christenen van Rome roept Paulus hen op: De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.  Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met het licht. De dag van het heil is immers naderbij gekomen. Zo willen wij ons opnieuw voorbereiden op Kerstmis, de komst van Jezus in de menselijke geschiedenis en tevens gereed zijn voor het komen van de Heer in ons leven en op het einde van de tijd.

En dan is er Jezus die het betrekkelijke aantoont van al de pracht en praal waarop men zich beroept bij het zien van de prachtige tempel die Herodes had laten bouwen; en dat hele proces heeft zo’n 84 jaar geduurd. “Geen steen zal op de andere blijven, had Jezus gezegd, alles zal verwoest worden.” En vandaag roept Hij ons op om toch echt het voornaamste niet te vergeten. “Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.” Laten wij gehoor geven aan Jezus, en deze Adventstijd opnieuw aanwenden om gereed te zijn bij zijn Komst. Dit betekent dat in ons leven God geheiligd moet worden, dat wij moeten leven in zijn rijk en dat zijn wil mag geschieden in ons leven. Dan zullen wij echt leven als kinderen van het licht. Dankbaar voor al het goede mooie en boeiende van deze wereld, maar ook en vooral te leven in overeenstemming met ons geloof waarin we God op de eerste plaats stellen. (Ben Van Vossel 2019)