GELOOF en LEVEN



  
HOME

INHOUD


GELOOF EN LEVEN

2019 (vanaf Advent 2018)


WAT INSPIRATIE VOOR ZONDAGSPREKEN



Jezus’ woord verlicht de wereld, alleluia,

Jezus’ woord is bron van leven, alleluia.

Jezus’ woord is sterk en teder, alleluia,

Jezus’ woord wijst veil’ge wegen, alleluia.


U KUNT OOK SURFEN NAAR DE ZONDAGSPRESENTATIES

OVER DE EVANGELIES VAN DE ZONDAG.







NAAR INHOUD     NAAR TOP


C Jaar Zondag 06 Gelukkig wie op God vertrouwt (17/02/2019)

C Jaar Zondag 05 Onze roeping, onze zending (10/02/2019)

C Jaar Zondag 05 Vertrouwvol op weg met de Heer (10/02/2019)

C Jaar Zondag 04 Hoe kijken wij naar Jezus en naar de medemens ? (3/02/2019)

C Jaar Zondag 03 Gezonden om Blij Nieuws te brengen

C Jaar Zondag 02 De gaven van de Geest gebruiken (20/01/2019)

C Advent 3 Verheugt u en juicht (16/12/2018)

C Advent 2 Bereidt de weg van de Heer (9/12/2018)

C Advent 1 Leven vanuit de Belofte (2/12/2018)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


6de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Zaligsprekingen. Gelukkig wie op God vertrouwt

Jer., 17, 5-8 Gezegend die op de Heer vertrouwt / Ps. 1, 1-2 3 4 en 6  Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt  / 1 Kor., 15, 12. 16-20 Christus is verrezen als eersteling / Mt., 11,25 Alleluia. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde, omdat gij de geheimen van het koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt /  Lc., 6, 17. 20-26 Zaligsprekingen


De profeet Jeremia windt er geen doekjes om. Het klinkt vrij onzacht in onze oren wanneer hij zegt: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer, gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij Hem.” Dat ‘vervloekt’ kunnen we beter als tegenstelling zien met het ‘gezegend’. In feite wordt er dan gezegd: gelukkig wie op de Heer vertrouwt, die zijn beter af dan wie louter op schepselen vertrouwt. Wat de profeet Jeremia wou zeggen is dat je de werkelijkheid en het leven toch altijd moet zien vanuit God, wat God ervan vindt, wat God met de mens bedoeld heeft. Want het echte geluk is enkel bij God te vinden. En dat is nu wat Jezus ook in  het evangelie zegt, in zijn zaligsprekingen. Normaal zou Hij moeten zeggen: gelukkig de rijken, gelukkig die met de ellebogen werken, gelukkig die plezier maken en zich niet bekommeren om hun medemens in nood, gelukkig … Dat zijn de zaligsprekingen van de wereld. Maar Jezus spreekt heel andere taal:

“Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, u uitstoten en u beschimpen.” En als een echte profeet voegt Hij eraan toe: “Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”

Kijk vrienden, uw hart sluiten voor medemensen in nood, terwijl je zou kunnen helpen, dat is niet de droom die God over uw leven heeft, en dat is ook niet de diepe vreugde die je als mens kunt hebben. In feite verpruts je zo je leven, maak je het waardeloos in de ogen van God en soms ook wel in je eigen ogen op momenten dat je eens over je leven nadenkt. Jezus heeft het ook over het getuigenis geven.  Als men je haat, je beschimpt en je naam uit de samenleving wil bannen omdat je christen bent… Hoef je je niet te schamen maar zou je in feite blij moeten zijn omdat je dan echt aan de kant van Jezus staat. Ook vandaag en ook in onze streken en zelfs in de media worden gelovigen beschimpt en zou men de naam christen uit de samenleving willen bannen. We moeten ons daar wat tegen wapenen, zonder echte kniezers te worden, zonder heel de maatschappij als negatief te gaan bekijken. Gewoon op een positieve maar durvende manier je geloof beleven in het leven van elke dag. We hoeven geen confrontatie te zoeken maar gewoon als christen leven en soms, als de Heer je daartoe uitnodigt ook een durvend getuigenis geven. “Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten.” De grote uitnodiging van deze zondag is duidelijk dat we ons moeten afvragen wat God van ons leven vindt en ons leven in die richting invullen. We zullen het echte diepe en blijvende geluk kennen de diepe vrede die de wereld ons niet kan geven. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG DOOR HET JAAR

Onze roeping,, onze zending

Jes., 6, 1-2a. 3-8 Hier ben ik, zend mij / Ps., 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8  Ik zing voor U en alle hemelmachten / 1 Kor., 15, 1-11 of 15, 3-8. 11 Wat is overgeleverd / Joh. 8. 12 Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten / Lc., 5, 1-11 Vaar naar het diepe


Vroeg of laat roept God ons om die of die levensroeping te volgen, of om die of die zending te vervullen. Eigenlijk zijn wij al geroepen sinds ons doopsel en vormsel, sinds ons huwelijk of specifieke roeping. Die levensroeping en de concrete zendingen die daarbij horen en eruit volgen, gebeuren meestal niet spectaculair; zeker niet zoals in het tempelvisioen van Jesaja in de eerste lezing of zoals bij Sint Paulus op de weg naar Damascus, of zoals de apostelen na die wonderbare visvangst. Het kan natuurlijk ook bij ons zo zijn dat we een bepaalde dag kunnen aanwijzen als het moment waarop God ons iets heeft duidelijk gemaakt, zoals gehuwden vaak onthouden wanneer ze elkaar ontmoet hebben en wanneer het voor hen duidelijk werd dat ze voor elkaar gemaakt zijn. Meestal ligt het ingebed in ons gewone leven. Op zo’n voorvallen kan je je niet echt voorbereiden. Hoewel. De profeet Jesaja bekent aan God dat hij een zondig mens is en niet waard om door God geroepen en gezonden te worden. Daarop worden zijn zonden vergeven en als God dan vraagt: ‘Wie moet ik zenden’, dan antwoord Jesaja; ‘Hier ben ik, zend mij’.

Dit betekent eigenlijk voor ons dat we voorbereid moeten zijn als God ons roept en als Hij ons wil zenden.

- Ons voorbereiden op onze roeping, op onze zending, wat betekent dat?

Als jonge mens kan je jezelf wat vormen en wordt je enigszins gevormd door je begeleiders door je toe te leggen op je studie tijdens je schooltijd, maar ook door je karakter te vormen in de richting van edelmoedigheid, aandacht voor je medemens. Dat zal je van pas komen in je latere levensroeping en de concrete zending waartoe God je wil gebruiken.

- En wanneer het ons duidelijk wordt dat God ons roept of ons wil zenden, dan is het zaak om bereidwillig op die roeping of zending in te gaan, zoals Jesaja, of Paulus of de apostelen in het evangelie. Als het huwelijk je roeping is, wordt de aandacht voor de ander, het respect en de liefde voor de ander een hoofdopgave. Het vraagt een radicale keuze om er te zijn voor de ander en voor de kinderen die uit jullie liefdesrelatie voortkomen. Maar voor alle andere zendingen, die voortvloeien uit onze keuze voor God, moeten wij in alle edelmoedigheid en dagelijkse inzet gehoor geven. Of dat nu is onze inzet op ons werk, onze inzet in zorg voor medemensen en kinderen…

- En trouw te zijn aan die roeping. Dat wil zeggen dat we ons niet mogen laten afleiden van de taak die God ons opdraagt of van de levensroeping waartoe God ons heeft uitgenodigd. Wij moeten allen opletten dat onze ijver in onze taak niet verflauwt, dat we steeds bewust blijven dat we door God zelf gezonden worden om op die plaats, in die roeping ons in te zetten en zo gehoor geven aan wat Hij van ons verwacht. Op die manier wordt ons leven vruchtbaar in de ogen van God, in dienst van onze medemensen en zullen we zelf aanvoelen dat ons leven de moeite waard is. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


5de ZONDAG DOOR HET JAAR

VERTROUWVOL OP WEG MET DE HEER

Jes., 6, 1-2a. 3-8 Hier ben ik, zend mij / Ps., 138 (137) 1-2a, 2bc-3, 4-5, 7c-8  Ik zing voor U en alle hemelmachten /  1 Kor., 15, 1-11 of 15, 3-8. 11 Door Gods genade ben ik wat ik ben /  Joh. 8. 12  Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het licht des levens bezitten. Alleluia /  Lc., 5, 1-11 Vaar naar het diepe


Midden in onze donkerte, onze zondigheid, ons onvermogen komt God als Hij die redt, die zuivert, die ons vervuld met zijn liefdevolle zorg. Dit is natuurlijk veel tegelijk gezegd. En ik wil niet alleen aan onszelf denken; het Blijde Nieuws dat Jezus bracht is voor alle mensen van alle tijden. Ook in tijden van schaarste, in landen waar oorlog woedt, in tijden van vervolging en verdrukking. Ook dan mogen mensen opkijken naar God en bidden om verlossing, om hulp, om nabijheid en kracht.

Maar laten we nu naar onszelf kijken, want het Blijde Nieuws heeft hier voor ons geklonken. Jezus nodigt Petrus en zijn maats uit om naar de diepte te varen, naar het midden van het meer en dààr hun netten uit te gooien. Ze hebben van op de eerste rij geluisterd naar Jezus verkondiging. En nu volgen ze zijn raad. Het wordt een wonderbare visvangst… Petrus en zijn vrienden voelen zich hier geplaatst voor een goddelijk ingrijpen. Ontzag vervult hen. Ze worden zich bewust van hun eigen onmacht, kleinheid en zondigheid. ‘Heer, ga weg van mij want ik ben een zondig mens.’ Tegenover Gods heiligheid en heerlijkheid voelen wij onze eigen kleinheid en zondigheid aan. Het overkwam ook de profeet Jesaja in het visioen dat hij had in de tempel. “Wee mij, ik ben verloren! “Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon temidden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!" Maar God is niet vies van zondige, onvolmaakte mensen. Hij reinigt en geneest en heiligt hen.

Zo mogen ook wij hier samenkomen, enerzijds bewust van onze onvolmaaktheid, maar tegelijk in het vertrouwen dat God onze God wil zijn, een barmhartige Vader zoals Jezus Hem deed kennen, een goede herder die op zoek gaat naar het verlorene en het naar huis terugbrengt.

Wat gaan we dan onthouden van het Woord van God van vandaag? Dat we aandacht moeten besteden aan de momenten waarop God zich doet kennen aan ons, in opvallende of heel gewone gebeurtenissen, in de grootheid en schoonheid van de schepping, de eenvoud van een kind, in de ervaring van liefde en vriendschap, en ook in onze afkeer van spijtige dingen… In dat alles en in nog veel meer mogen wij iets van Gods schoonheid en heiligheid ontwaren en in de verhoring van onze gebeden. Wij mogen dan neerbuigen en God aanbidden omdat Hij, ondanks onze kleinheid, toch met ons verder door het leven wil gaan en ons blijft uitnodigen om Jezus te volgen die ons vandaag zegt: ‘Wie Mij volgt, zal het licht van het leven bezitten.’ Laat ons dan met vertrouwen verder op weg gaan met Jezus, die ons in deze viering speciaal wil ontmoeten en kracht geven om de weg van het licht verder te gaan, niet op eigen kracht maar in de kracht van Hem die onze Heer en redder wil zijn. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


4de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Hoe kijken wij naar Jezus en naar onze medemens ?

Jer., 1, 4-5. 17-19 Tot profeet aangesteld / Ps. 71 (70) 1-2 3-4a 5-6ab 15ab en 17  Mijn tong zal uw rechtvaardigheid prijzen / 1 Kor., 12, 31-13, 13 of 13, 4- 13 Gaven van de Geest; de liefde is de grootste / Joh., 1. 14 en 12b  Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Aan allen die Hem aanvaardden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Alleluia /  Lc., 4, 21-30 Geen profeet wordt aanvaard in eigen vaderstad





Hoe kijken wij naar mensen?... We steken ze nogal snel in hokjes: Mensen die ons aanstaan, mensen die ons tegenstaan, mensen die ons onberoerd laten… Soms delen we mensen zelfs in vakjes in naargelang hun sociale status, hun familie, hun verleden, voor zover het ons bekend is…

Toen Jezus in Nazaret kwam, zijn geboortestad, wordt Hij eerst nogal positief onthaald, deels omdat men gehoord had over de wonderen die Hij elders gedaan had, deels omdat zijn optreden in de synagoge hen getroffen had… Bij die twee zaken hadden ze moeten blijven; dààr hadden ze hun gevolgtrekking uit moeten maken. Maar nee. Ze gaan op al te menselijke en al te bekrompen manier Jezus benaderen: .’Waar heeft Hij die wijsheid vandaan? Is dat niet de zoon van Jozef, de timmerman?’ De tekenen, de genezingen die Jezus elders had gedaan, de faam van zijn prediking en wat ze nu zelf hadden mogen horen had hen moeten de weg wijzen dat in Jezus iet nieuws zich aankondigde, iets van Godswege. Jezus had de tekst uit de profeet Jesaja voorgelezen, hoe Hij door Gods Geest was toegerust om Goed Nieuws te brengen aan de armen en hoe wie vast zat bevrijding sou mogen ervaren, echt een genadejaar vanwege God. En toen Jezus eraan toevoegde: Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan. Toen hebben zij een moment het aanvoelen gehad dat er met Jezus inderdaad iets van Godswege zich aankondigde. Dààr hadden ze bij moeten blijven en Jezus verder laten spreken en getuige zijn van wat Hij in hun midden zou verrichten. Maar nee, ze kennen toch zijn vader Jozef, hoe kan de jongen van een eenvoudige timmerman zulke krachtige woorden spreken? Ze halen Jezus neer, tot op hun eigen niveau en zelfs nog wat lager… Jezus wil hen erop wijzend at het in het verleden nog is gebeurd dat God grote dingen doet voor mensen van wie je het niet zou verwachten… Maar die mensen daar in Nazaret hebben het zo niet begrepen en ze willen Jezus weg, ze willen Hem zelfs uit de weg ruimen..

Wij worden uitgenodigd om Jezus te aanvaarden zoals Hij zich bij ons aandient. In de stilte van ons hart als we bidden. In de heilige maaltijd van brood en wijn als we eucharistie vieren; in de gewone mensen die ons omgeven, in de mensen op wie we neerkijken en in de nood van zovelen… En we mogen terugdenken aan het woord van Jezus wanneer Hij het heeft over het oordeel dat over ons leven zal worden uitgesproken: ‘Wat gij voor de geringsten van mijn broeders hebt gedaan, dat hebt ge voor Mij gedaan.’ Laten wij dus leven met open ogen en met een open hart om Jezus te herkennen waar Hij zich openbaart in de nood van onze medemensen. Laten wij tijd en aandacht schenken aan onze naasten en aan mensen-in-nood die God op onze weg plaatst. Zo zullen we Jezus niet passeren zonder Hem te zien, zonder Hem aandacht te schenken, zonder ons door Hem te laten raken. ‘Is dit niet de zoon van Jozef?’ Ja, een gewoon mens, maar zoveel meer!  (Ben Van Vossel)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG DOOR HET JAAR C

Gezonden om Blij Nieuws te brengen

Neh., 8, 2-4a. 5-6. 8-10 Voorlezing van het Wetboek  / Ps., 19 (18) 8, 9, 10, 15  Uw woorden, Heer, zijn geest en leven /  1 Kor, 12, 12-30 of 12-14. 27 De christelijke gemeenschap als lichaam van Christus  / Lc., 4, 18-19 De Heer heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken Alleluia /  Lc., 1, 1-4; 4, 14-21 Gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen


Men heeft over Jezus gehoord, positieve zaken hoorde men vertellen over wat Hij in andere plaatsen had gedaan: genezingen, sterke verkondiging. Lucas noteert: “Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen.” Nu komt Jezus in Nazaret waar Hij was grootgebracht. Ze hebben veel goeds gehoord over Hem en ze luisteren dan ook vol aandacht naar wat Hij verkondigt. Het is het programma van heel zijn verkondiging, het Blijde Nieuws dat Hij naar de wereld bracht. Het ligt samengevat in de woorden uit de profetie van Jesaja: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” En dan voegt Jezus eraan toe: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan."  Ziedaar, dàt is wat Jezus te zeggen had aan de mensen, de mensen uit de omtrek en nu ook aan de mensen van Nazaret, èn aan ons. Aan armen, aan eenvoudigen, aan mensen die met een open geest en hart wordt hier gezegd dat Jezus door Gods Geest gezalfd, gezonden is om aan armen het Blijde Nieuws te brengen. Om mensen vrij te maken, hun hart en ogen te openen voor het feit dat ze tot vrijheid geroepen zijn, dat ze met hun angsten en beproevingen tot Hem mogen komen… Zo moeten wij Jezus dan ook echt zien: als Hij die door God gezonden is om heil te brengen op aarde, aan allen die er voor open staan.

Maar dit evangelie moet ons ook nog een stap verder brengen. Gods Geest is ook over ons gekomen, ook wij zijn door Hem gezalfd bij ons doopsel en vormsel om Blij Nieuws te brengen aan de armen, de eenvoudigen, de mensen die voor dat Blijde Nieuws open staan. Om mensen te helpen vrij te worden van allerlei verslaving en bedrieglijke verleiding. Het is voor ons van belang goed verbonden te blijven met Jezus, om te zien hoe Hij tussen mensen aanwezig was, niemand uitsloot, openstond voor de noden van de mensen, waar ze uitgesloten werden, geminacht werden… Ja, dit evangelie is voor ons enerzijds een oproep om ons door Jezus verder te laten vrijmaken, en daarom willen wij Hem ontmoeten in deze viering. Maar anderzijds moeten wij ons ervan bewust worden dat wijzelf ook toegerust en gezonden worden om voor de mensen tot wie God ons zendt de deur naar het geluk open te zetten. Gods Geest heeft Jezus gezonden om ons vrij te maken, Gods Geest is over ons gekomen om anderen te helpen de weg naar het heil op te gaan. (Ben Van Vossel 2019)


NAAR INHOUD     NAAR TOP



2de ZONDAG DOOR HET JAAR

De gaven gebruiken die de Geest ons geeft

Jes., 62, 1-5 zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u / Ps., 96 (95) 1-2a, 2b-3, 7-8a, 9- l0a en c  Meldt aan de naties Gods wondere daden /  1 Kor., 12, 4-11 Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest. / Hand. 16, 14b Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, opdat wij de woorden van uw Zoon zouden begrijpen / Joh., 2, 1-12 Kana


Het is een echte zondag vandaag, een dag van vreugde. God verheugt zich in zijn volk, Hij is blij met ons. In de brief van Paulus aan de christenen van Korinthe vernemen wij dat we allen gaven en talenten kregen van God, niet voor onszelf alleen maar om ze te gebruiken in dienst van allen. In het evangelie wordt er wijn geschonken, van de allerbeste wijn. En die wijn, de werkelijk allerbeste, wordt ons ook in deze eucharistieviering voorgezet: het is de Heer Jezus zelf die wij ontmoeten in deze heilige viering.

Wij zijn vandaag getuige van het eerste wonder dat Jezus verricht: het wijnwonder. Het is voor allen die dit wonderteken vernemen het teken dat in Jezus ons alle geluk wordt aangeboden dat maar denkbaar is. Inderdaad de allerbeste wijn. Het diepste geluk dat God voor de mens in gedachte heeft, wordt ons daadwerkelijk geschonken in Jezus. Het gaat ver boven het louter materiële geluk. Het gaat om de diepste vervulling van wat wij als mens kunnen bereiken: aanvaard worden door God zoals we zijn, voor eeuwig geborgen zijn in Gods liefde.

Als we nu eens zien hoe Johannes ons dit gebeuren te Kana verhaalt, treft het ons dat naast Jezus er nog enige andere figuren een rol spelen. Jezus’ leerlingen zijn daar aanwezig, en zij zullen in Hem geloven wegens dit opvallend teken, maar hun geloof in Hem is nog al te aards. Verder zien we Maria, in een rol van opmerkzaamheid over de sfeer van het geheel en over het gemis aan wijn, het gebrek aan echte vreugde. We zien haar dan in een nederige maar noodzakelijke rol, nl. hoe ze naar Jezus gaat om Hem bij die nood te betrekken. En wat verder zien wij haar geloof delen met de dienaars: Ze zegt gewoon: Doet maar wat Hij u zeggen zal. En dat doen ze dan inderdaad wanneer Jezus hun zegt om de kruiken te vullen met water.

We hebben geluisterd naar wat Paulus ons schreef over de gaven van de Geest die velerlei gaven schenkt, velerlei taken toevertrouwd aan mensen tot welzijn van allen. Wel, kijk eens hoe Maria haar aandacht voor de nood van mensen toont, en hoe ze die nood ook nar Jezus brengt, de bron van alle heil, en hoe ze verder vol geloof die raad geeft aan de dienaars: doet maar wat Hij u zeggen zal. En in diezelfde gezindheid zien we hoe de knechten gehoorzaam doen wat Jezus hun opdraagt.

Ook wij hebben allerlei gaven, talenten en het grote geschenk van het geloof, het vertrouwen en de liefde ontvangen van de heilige Geest. Ook wij mogen die goede gaven in dienst stellen van het geluk van mensen; wij mogen getuigen van ons geloof. Wij mogen zoals Maria bidden voor de nood van mensen. Het vraagt een beetje bekommernis om onze medemensen, het bewustzijn dat er hier of daar beroep wordt gedaan op onze naastenliefde, ons christelijk getuigenis, onze voorbede…. Laten we in deze viering opkijken naar Jezus in wie ons alles geschonken wordt wat we nodig hebben, maar laten we ons ook aanspreken door het getuigend geloof van Marie en door de nederige dienst van de knechten. Laten wij ook gelovig erkennen en getuigen van wat God heeft bewerkt in ons leven, zoals de tafelmeester dat vandaag doet. (Ben Van Vossel 2019)



NAAR INHOUD     NAAR TOP


3de ZONDAG VAN DE ADVENT

Verheugt u en juicht

Sef., 3, 14- 18a De Heer, uw God, is bij u als een reddende held. Hij jubelt om u van vreugde /  Jes. 12, 2-3, 4 bcd, 5-6  Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont, want Israëls Heilige woont in uw midden / Fil., 4, 4- 7 Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! / Jes., 61, 1 (cf. Lc., 4, 18). De geest des Heren is over Mij gekomen; Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Alleluia / Lc., 3, 10-18 Wat moeten wij doen?


Deze 3de zondag van de Advent heette vroeger Gaudete, verheug u. In de verschillende lezingen en de gezangen tussenin, worden wij opgeroepen om blij te zijn omdat God ons komt verlossen en er is zelfs sprake over de vreugde van God, zoals Sefanja schrijft: “Uitermate verheugt Hij zich om u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw; Hij jubelt om u van vreugde”. Laten wij dus maar vreugde in ons hart binnenstromen, want ondanks alles wat kan tegengaan in ons persoonlijk leven en in de samenleving: het Blijde Nieuws blijft overeind: God houdt van ons en in zijn liefde zijn wij geborgen.

In het evangelie wordt er gezegd dat ook Johannes de Doper het Blijde  nieuws  verkondigt. Maar als je hoort wat hij te zeggen heeft, klinkt dat eerder als vermaningen tot mensen die van hem willen vernemen wat zij  moeten doen als bekeerde mensen. “Van wat je teveel hebt, moet je delen met de armen; als je belastingen moet innen, mag je niet meer vragen dan is vastgesteld (misschien is dat ook wel een oproep aan de bewindvoerders) ; en ben je soldaat dan mag je niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij." Zo weten ook wij wel wat we te doen en te laten hebben. Wij moeten ons gewoon af en toe afvragen of onze manier van leven wel in overeenstemming is met onze christelijke roeping.

Johannes zegt dan in alle openheid dat hij de Messias niet is:” lk doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Dit woord is ook voor ons van belang. Het is niet genoeg bepaalde rituelen te ondergaan, het is zelfs niet genoeg ons in te spannen om als convenabel mens te leven. Maar als we ons onderdompelen in Jezus, als we Hem aannemen als de Heer van ons leven, naar wie we ons richten, dan worden wij ondergedompeld in de heilige Geest en zal er in ons leven een nieuwe bezieling komen die niet meer louter uit onszelf komt.

De Adventstijd is dus voor ons een oproep om enerzijds onze sociale verplichtingen na te komen, onze omgang met medemensen, en vanuit onze christelijke roeping vooral aandacht te schenken aan wie het moeilijk heeft, maar anderzijds roept de Advent ons ook op om ons sterker te enten op Jezus, De Messias, de gezalfde van God. Zonder hem zullen zelfs onze goede werken te menselijk en onvolmaakt blijven.

Laten wij dan in deze viering onze verbondenheid met Christus vieren en vernieuwen zodat Hij doorheen ons zijn zending in deze wereld kan verder zetten. (Ben Van Vossel 2018)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


2de ZONDAG VAN DE ADVENT

Bereid de weg van de Heer

Bar., 5, 1-9 Met zijn barmhartigheid zal Hij hen omgeven en met zijn gerechtigheid / Ps. 126 (125) 1-2 ab, 2 cd-3, 4-5, 6 Geweldig was het wat de Heer ons deed daarom zijn wij zo blij / Fil., 1, 3-6. 8-11 Onder­scheiden waar het op aankomt / Lc., 3, 4 en 6 Alleluia. Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht, en heel de mensheid zal Gods redding zien. Alleluia / Lc., 3, 1-6 Bereidt de weg van de Heer


Het komt in ons leven gelukkig ook wel voor dat we eens dieper nadenken over de weg die we aan het gaan zijn. De Advent en de Vastentijd zijn ook zo’n ‘sterke tijden’ omdat we dan de grote lijnen te horen krijgen van wat God met de mensheid voorheeft en wat wij best zouden doen om het geluk te ervaren dat God voor ons bedoeld heeft.  

Wat God met de mensheid voorheeft wordt al in de eerste lezing, uit het Oude Testament, duidelijk aangegeven: het is een plan van redding: leg het gewaad van rouw en ellende af en bekleed u met Gods heerlijke schoonheid, Gods gerechtigheid, dan zal God zelf u mooi maken en u omgeven met zijn barmhartigheid. Ook Paulus nodigt ons uit tot geestelijke groei. Hij bidt als volgt: “moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid, om te kunnen onder­scheiden waar het op aankomt.” Wij moeten groeien in inzicht en fijn aanvoelen wat belangrijk is, wat eeuwigheidswaarde heeft, wat waarlijk edel en goed is, echt schoon en deugdelijk… Dan zullen wij door de Heer onthaald worden op de dag van de grote ontmoeting. De profeet Jesaja wordt in het evangelie aangehaald met deze woorden: “bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht. Elk dal moet gevuld elke berg of heuvel geslecht worden; de kronkelpaden moeten recht, de ruwe wegen effen worden. Heel de mensheid zal Gods redding zien.”

We kunnen ons afvragen: wat betekent dat alles concreet? Het betekent enerzijds dat ons leven vervuld mag zijn van hoop. Midden een radicaal veranderende wereld, met mooie en degelijke verwezenlijkingen maar ook met tekenen van verval en achteruitgang, mogen wij steunen op de belofte dat God een heerlijke toekomst heeft voor de mensheid en voor ieder van ons. Op die belofte mogen wij vertrouwen. Daar zijn ook tekenen van: onder meer de vrede die we in ons hart mogen ervaren wanneer wij ons laten leiden door Gods heilzaam woord. Anderzijds os de Advent voor ons een gelegenheid om ons steviger in te passen in Gods verlangen met ons leven. Het is de zekerste weg om van ons leven een gelukt leven te maken dat bovendien zijn heilzame invloed heeft voor het geheel van de mensheid door een grotere openheid voor de Komst van onze Heer en Heiland Jezus Christus. (Ben Van Vossel 2018)


NAAR INHOUD     NAAR TOP


1ste ZONDAG VAN DE ADVENT

De belofte vervuld

Jer., 33, 14- 16 Dan schenk Ik David een wettige afstammeling /  Ps. 25 (24) 4 bc-5 ab, 8-9, 10 en 14 / Tot U in den hoge richt ik mijn geest, tot U, Heer mijn God /  1 Tess.,3, 12-4,2 Bij de komst van onze Heiland / Ps 85,8 Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer. Alleluia /  Lc., 21, 25-28. 34-36 Uw verlossing komt nabij


De Adventstijd is begonnen. Een sterke tijd waarin wij opgeroepen worden om ons voor te bereiden op de komst van de Heer Jezus. De komst van Jezus bij zijn geboorte op Kerstmis, de komst van Jezus op het einde van de tijd; maar evenzeer zijn komst als een mens in nood, zijn komst in de stilte van het gebed, zijn komst in de heilige Eucharistie…

Dat alles is de inhoud van het komen van de Heer en van onze voorbereiding in de Advent.

Maar dat komen van de Heer vraagt ook een ingesteldheid van ons hart en ons leven. Het voornaamste drukt Sint Paulus uit in zijn brief aan de christenen van Tessalonika, een van de oudste stukken uit het Nieuw Testament. Hij schrijft: “God sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt en heilig voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.”

De uitnodiging en opdracht om als nieuwe mensen te leven komt zowel uit ons geloof in Jezus’ menswording en geboorte als uit ons geloof in zijn wederkomst. De geboorte van Jezus, zijn prediking, zijn lijden en dood en zijn verrijzenis en de komst van de heilige Geest bevatten de uitnodiging en de mogelijkheid voor ons om als nieuwe mensen te leven. Mensen die zich geroepen weten om zich te bekeren en te leven vanuit de kracht die Jezus ons schenkt.

Maar diezelfde uitnodiging klinkt vandaag ook vanuit ons geloof in de Komst van de Heer op het einde der tijden. Daarom vermaant Jezus ons: “Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik.” “Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon." Een roes van dronkenschap: het is een beeld van een leven zonder verstand, onbewust, zonder nadenken, alles maar zijn gang laten gaan. Dat staat tegenover die oproep van Jezus om waakzaam te zijn en rekening te houden met de Komst van de Heer, en met de kortheid van het leven. Zowel de eerste komst van Jezus als zijn tweede komst nodigen ons uit om te leven vanuit het geloof, bewust dat ons leven nu eeuwigheidswaarde heeft en dat wij geroepen zijn om nu reeds te leven als kinderen van God, als mensen die door Jezus verlost zijn en toegerust met zijn Geest. Het is geen tijd om kleinmoedig te zijn en voortdurend te denken dat we niet beter zijn dan anderen die niet geloven. Wij moeten ons bewust zijn van onze opdracht om vanuit Jezus’ kracht te leven en toe te leven naar zijn terugkomst. Wij mogen met de kerk het adventsgebed meebidden: “Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen. Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.” (Ben Van Vossel 2018)



NAAR INHOUD     NAAR TOP